OPEN Foundation

Onderzoek

Psilocybine-ondersteunde therapie toont veelbelovende resultaten voor behandelingsresistente depressie

psilocybin depression 2Het onderzoeksteam van het Imperial College in London heeft het potentieel van psilocybine-ondersteunde therapie om behandelingsresistente depressie te verlichten in een nieuw onderzoek getest. Uit statistieken blijkt dat 20% van mensen met zware depressieklachten niet reageren op conventionele behandelwijzen zoals SSRI-medicatie of cognitieve gedragstherapie (Carhart-Harris et al., 2016).

Twaalf deelnemers (zes mannen en zes vrouwen), allen gediagnosticeerd met zware depressie, deden mee aan de studie. Ze kregen twee orale doses psilocybine – 10 mg en 25 mg – waarbij de eerste de veiligheidsdosis was en de tweede, die zeven dagen later werd toegediend, de behandeldosis. De deelnemers werden geselecteerd uit 70 kandidaten; een van de belangrijkste selectiecriteria was de afwezigheid van psychotische voorvallen bij de kandidaten zelf, en bij hun naaste familieleden.

Alle participanten, in de leeftijd 30 tot 60, hadden een lange geschiedenis van depressie, en behandelpogingen hadden steeds slechts minimale effecten. Sommigen van hen leden al ongeveer 30 jaar aan middelzware tot zware depressie. Voorgaande behandelpogingen bestonden zowel uit chemische als psychologische middelen: medicatie zoals serotonine of dopamine heropname-inhibitoren (SSRI, NDRI, SNRI, etc.) en therapieën als cognitieve gedrags-, groeps-, en gesprekstherapie.

De farmacologie van psilocybine verschilt van die van selectieve serotonine heropname-inhibitoren (SSRI’s), de meest gebruikte medicatie voor dit type depressie. SSRI’s voorkomen dat de reeds afgegeven serotonine – een van de neurotransmitters die betrokken zijn in emotieregulatie – weer wordt opgenomen door dezelfde neuronen die het produceerden, zodat het kan worden opgenomen door serotoninereceptoren. Anders dan SSRI’s lijkt psilocybine structureel gezien op serotonine, waardoor het hetzelfde effect heeft als een algehele stijging van het serotonineniveau.

Gedurende het onderzoek werd psychologische steun gegeven voor, tijdens en na de psilocybinesessies. Tijdens de sessies was er minimale bemoeienis met de ervaringen van de patiënten. Hen werden enkel vragen gesteld die noodzakelijk waren om de effecten van de psilocybine op hun fysieke en mentale welzijn te kunnen evalueren. De meest voorkomende bijwerkingen waren misselijkheid, hoofdpijn, angst en verwarring, en deze waren alle van voorbijgaande aard. Slechts één patiënt had last van tijdelijke paranoia, die na een uur wegtrok.

Het onderzoek liet zien dat de depressiesymptomen bij alle 12 de deelnemers enigszins waren afgenomen. De scores op het Quick Inventory of Depressive Symptoms (QIDS) gaven aan dat het depressieniveau was gedaald van 16-20 (zware depressie) naar 6-10 (milde depressie). Vijf vervolgbeoordelingen vonden plaats tussen een week en drie maanden na de behandeling. De maximale positieve resultaten werden twee weken na de behandeling gehaald. Acht deelnemers ervoeren een week na de behandeling een complete remissie van hun depressie en bij zeven van hen bleef een significante afname van depressie na drie maanden aanhouden. Één patiënt beleefde een toename in depressieve klachten gedurende de drie maanden na de behandeling.

Dit onderzoek was het eerste dat de werkzaamheid van psilocybine bij de behandeling van zware depressie verkende, en toonde het potentieel van psilocybine aan voor het doen afnemen van zware, behandelingsresistente depressie en de veiligheid van de stof bij toediening onder de juiste omstandigheden. Voorgaand onderzoek met psilocybine-ondersteunde therapie had reeds aangetoond dat het angst bij terminale kanker kan verlichten (Grob C.S. et al., 2011).

Nader onderzoek onder striktere condities (placebo-gecontroleerd en op grotere schaal) is nodig om het potentieel van psilocybine voor de behandeling van zware depressie te bevestigen. Als deze belofte kan worden waargemaakt, dan zou dat voor miljoenen mensen die worstelen met zware depressie een nieuwe kans kunnen betekenen.

Verwijzingen:

Carhart-Harris R.L., Bolstridge M., Rucker J., Day C.M.J., Erritzoe D., Kaelen M., Bloomfield M., Rickard J.A., Forbes B., Fielding A., Taylor D., Pilling S., Curran V.H., Nutt D.J. (2016) Psilocybin with psychological support for treatment-resistant depression: an open-label feasibility study. http://dx.doi.org/10.1016/S2215-0366(16)30065-7

Grob C.S., Danforth A.L., Chopra G.S., Hagerty M., McKay C.R., Halberstadt A.L. and Greer G.R. (2011) Pilot study of psilocybin treatment for anxiety in patients with advanced-stage cancer. Arch Gen Psychiatry, 68, pp. 71–78 http://dx.doi.org/10.1001/archgenpsychiatry.2010.116

DMT: De trip voorbij, mogelijk een veelzijdig medicijn

DMT-emergencyN,N-dimethyltryptamine, beter bekend als DMT, is een buitengewoon snelwerkend en krachtig psychedelicum. DMT kan worden genomen door het entheogene brouwsel ayahuasca te drinken, door het intraveneus of in de spieren te injecteren, of door het te inhaleren. Het wordt in verschillende planten en dieren van nature aangemaakt, inclusief in de mens. Zoals besproken in Jacobi en Presti (2005) heeft DMT, naast geest-veranderende effecten, ook een fysiologische werking. Zo zijn bijvoorbeeld anxiolytische en antidepressieve effecten aangetoond (Sanches et al, 2016).

DMT is niet alleen een agonist van serotonine 2A- en 2C-receptoren (5-HT2A and 5-HT2C); het bindt zich ook aan vermeende σ1-receptoren en spoor-amine-receptoren (Vitale et al. 2011). Daarenboven kunnen zijn serotonergische analogen immunoregulatie beïnvloeden en mogelijk zelfs carcinogenese voorkomen (Frecska et al. 2012). De veelzijdige interacties van DMT laten zien dat de effecten ervan niet beperkt blijven tot het centrale zenuwstelsel, maar mogelijk nog een crucialere rol spelen in de cellulaire beschermingsmechanismen van het lichaam (Frecska et al. 2012).

Dr. Ede Frecska heeft meerdere papers gepubliceerd over de effecten van ayahuasca en DMT op creativiteit, weefselregeneratie, en de interhemisferische fusie in veranderde bewustzijnstoestanden (Frecska et al. 2016). Nu recentelijk is ontdekt dat DMT de σ1-receptor – die een cruciale rol speelt bij de bescherming van het lichaam tegen oxidatieve stress – activeert, onderzoeken dr. Frecska en zijn team momenteel wat de rol van DMT is bij neurobescherming in de fase vóór de klinische dood (Frecska 2015).

σ1-Receptoren spelen een sleutelrol in neurobescherming door zowel neuronale ontwikkeling als morfogenese te reguleren. Dit geschiedt door middel van regulatie en manipulatie van oxidatieve stress en mitochondriale functies (Tuerxun et al. 2010). Agonisten van σ1-receptoren versterken neurobeschermende effecten door intracellulaire calcium-overbelasting tegen te houden en door de activering van pro-apoptopische genen te dwarsbomen, alsook door beschermende genen te activeren, zoals is aangetoond in beroertemodellen (Zhang et al. 2012). Dit leidt tot de afname van calciumneurotoxiciteit, voorkomt celdood door oxidatieve stress, en kan neuronale plasticiteit stimuleren (Kourrich et al. 2012). Een van de belangrijkste ontdekkingen is dat de voortdurende activatie van σ1-receptoren tijdens ischemie leidt tot een reductie van de neurotoxiciteit (Katnik et al. 2006). Uiteindelijk suggereert dit onderzoek dat DMT een rol zou kunnen spelen in het doen afnemen van hypoxie/anoxie-schade zoals lokale anoxie (bv. een beroerte) of algemene hypoxie (zoals bij een hartstilstand) (Kourrich et al. 2012).

De medicinale eigenschappen van DMT blijven niet beperkt tot neurobescherming, maar reiken mogelijk ook tot immunobescherming. De 5-HT2A– en ook de sigma-receptoren kunnen het immuunsysteem van het lichaam diepgaand beïnvloeden. Serotonine speelt een belangrijke rol in cellulaire immuunfuncties, en meer in het bijzonder in het onschadelijk maken van pathogenen en kankercellen (O’Connell et al. 2006). Agonisten van de σ1-receptoren- kunnen niet alleen de productie van anti-inflammatoire cytokinen doen toenemen, maar ook pro-inflammatoire cytokinen doen afnemen. Beide processen zijn van belang bij het terugdringen van celschade in geval van verwondingen of ziekte (Frecska et al. 2012).

Of DMT ook vrijkomt tijdens bijna-doodervaringen blijft voorlopig nog speculatief, aangezien er maar weinige parallellen bestaan tussen deze ervaringen en DMT-visioenen (Strassman 2001). Echter, men zou op basis van de huidige – beperkte – kennis in dezen de hypothese kunnen maken dat DMT wordt geproduceerd in levensbedreigende situaties. McEwen en Sober (1967) hebben aangetoond dat konijnen die extreme omgevingsstress ondergaan aanzienlijke hoeveelheden DMT aanmaken in hun longen, die vervolgens worden afgegeven aan het bloed (McEwen & Sober 1967). De DMT wordt daarna doorheen de neurale membranen naar synaptische blaasjes getransporteerd en aan de hersenen afgeleverd. Rekening houdend met de relatie tussen DMT en σ1-receptoren, wordt de hypothese gehanteerd dat DMT opgebouwde oxidatieve stress beperkt of omkeert. Dit fungeert als de basis van de hypothese van dr. Frecska, en als er bewijs wordt gevonden voor de rol van DMT in de neurobescherming van het menselijke brein in de fases voorafgaand aan klinische dood, dan zou DMT mogelijk gebruikt kunnen worden in de spoedeisende geneeskunde. Als dit slaagt, dan zou je je kunnen voorstellen dat ampullen DMT zullen worden gebuikt in ambulances, operatiekamers en rampgebieden. Klinisch onderzoek met mensen is nog wel nodig om te bepalen of dit wel of niet haalbaar is.

Ook al richt het onderzoek van dr. Frecska zich op preklinische studies met ratten, zijn onderzoek heeft verder gekeken dan de louter hallucinogene relevantie van DMT en heeft perspectieven geopend voor verder onderzoek naar de neurobeschermende rol van DMT. De mogelijke medische gevolgen hiervan zijn aanzienlijk. De toepassingen van DMT liggen misschien nog wel voorbij wat we ons kunnen voorstellen, en verdienen het zeker om systematisch te worden onderzocht.

Referenties

Frecska, E., 2015. What role does the ‘spirit molecule’ DMT play in the brain?. [fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][Online] Available at: http://walacea.com/campaigns/dmt

Frecska, E., Bokor, P. & Winkelman, M., 2016. The Therapeutic Potentials of Ayahuasca: Possible Effects against Various Diseases of Civilization. Frontiers in Pharmacology, p. 10.3389.

Frecska, E. et al., 2012. A possibly sigma-1 receptor meditated dole of dimethyltryptamine in tissue protection, regeneration and immunity. Translational Neuroscience, pp. 1-18.

Jacob, M. & Presti, D., 2005. Endogenous psychoactive tryptamines reconsidered: an anxiolytic role for dimethyltryptamine.. Medical Hypotheses, 64(5), pp. 930-7.

Katnik, C. et al., 2006. Sigma-1 receptor activation prevents intracellular calcium dysregulation in cortical neurons during in vitro ischemia. Journal of Pharmacology and Experimental Therapeutics, Band 319, pp. 1355-1365.

Kourrich, S., Tsung-Ping, S., Fujimoto, M. & Bonci, A., 2012. The sigma-1 receptor: roles in neuronal plasticity and disease. Trends Neuroscience, 35(12), pp. 762-771.

McEwen, C. & Sober, A., 1967. Rabbit serum monoamine oxidase. The Journal of Biological Chemistry, Band 242, pp. 3068-3078.

O’Connell, P. et al., 2006. A novel form of immune signaling revealed by transmission of the inflammatory mediator serotnin between dendritic cells and T cells. Blood, Band 107, pp. 1010-1017.

Sanches, R. F. et al., 2016. Antidepressant Effects of a Single Dose of Ayahuasca in Patients With Recurrent Depression: A SPECT Study. Journal of Clinical Psychopharmacology, 36(1), pp. 77-81.

Strassman, R., 2001. DMT: The Spirit Molecule. First Hrsg. Rochester: Park Street Press.

Strassman, R. & Qualis, C., 1994. Dose-response study of N,N-dimethyltryptamine in humans. I. Neuroendocrine, autonomic, and cardiovascular effects. Archives of General Psychiatry, pp. 85-97.

Tuerxun, T. et al., 2010. SA4503, a sigma-1 receptor agonist, prevents cultured cortical neurons from oxidative stress-induced cell death via suppression of MAPK pathway activation and glutamate receptor expression. Neuroscience Letters, Band 469, pp. 303-308.

Zhang, Y. et al., 2012. Sigma-1 receptor agonists provide neuroprotection against gp12- via a change in bel-2 expression in mouse neuronal cultures. Brain Research, Band 1431, pp. 13-22.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Hersenscans onthullen de werking van LSD op het menselijke brein

Opnieuw hebben onderzoekers van het Psychedelic Research Programme, opgezet in samenwerking tussen de Beckley Foundation en het Londense Imperial College, baanbrekend onderzoek gepubliceerd naar de effecten van psychedelica op de hersenen. Deze trendsettende studies zijn de eerste waarbij multimodale neuro-beeldvorming is toegepast op deelnemers die met LSD waren geïnjecteerd. Gebruikmakend van fMRI BOLD, arterial spin labelling en magnetoencephalografie (MEG), hebben dr. Carhart-Harris en zijn collega’s van het Imperial College London de effecten van lysergeenzuurdi-ethylamide (LSD) op de netwerkcommunicatie, bloeddoorstroming en elektrische activiteit van de hersenen onthuld (Carhart-Harris et al., 2016).

Uit deze neuro-beeldvormingsonderzoeken hebben onderzoekers een nieuw en belangrijk inzicht gekregen in de basis van de ontbinding van het ego, de manier waarop ‘closed-eye visuals’ ontstaan en de effecten van de combinatie van LSD en muziek in het brein. De onderzoeken werden gedaan met 20 deelnemers die de ene keer 75µg LSD kregen ingespoten en de andere keer een placebo, met minstens twee weken er tussenin. Alle deelnemers hadden al ervaring met psychedelica.

Om de activiteit van verschillende hersengebieden en hun interconnecties gedurende LSD-invloed te evalueren, werd gebruik gemaakt van functional magnetic resonance imaging (fMRI), gebaseerd op de evaluatie van bloedzuurstofniveau-afhankelijk contrast (blood oxygen level dependent, ‘BOLD’). De scans werden uitgevoerd in een staat van rust, d.w.z. zonder externe stimuli of specifieke cognitieve taken. Daarna werden de niveaus van (des)integratie/(de)segregatie geëvalueerd, waarbij bepaalde interessante gebieden werden uitgelicht om hun interactie met de andere hersengebieden te analyseren.

[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”]

LSD - Global FCD
Gemiddelde functionele connectiviteitsdichtheid (FCD) in corticale en subcorticale gebieden onder invloed van placebo en LSD – Tagliazucchi et al., 2016.

Een van de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek was dat LSD een toename van geglobaliseerde communicatie tussen verschillende hersenregio’s bewerkstelligt. Door gebruik te maken van positron emissie tomografie (PET) ontdekten de onderzoekers dat het hoogste niveau van dergelijke communicatie plaatsvond in de gebieden met de hoogste dichtheid van serotonine-2A (5-HT2A) receptoren, aangezien LSD als een antagonist voor dit type receptoren werkt. Een interessant aspect hiervan is dat deze hogere interactie tussen hersengebieden overeenkomt met een lagere integratie binnen bepaalde netwerken. In totaal werden door de studie 12 ‘resting state networks’ geïdentificeerd die op deze manier door LSD werden beïnvloed, waarbij het defaultnetwerk (of default mode network, DMN) voor dit onderzoek het belangrijkste was.

Ontbinding van het ego

Het DMN is het netwerk in de hersenen dat geactiveerd wordt wanneer een persoon ruststaten zoals dagdromen ervaart, en gedeactiveerd raakt gedurende doelgerichte taken. Volgens het huidige onderzoek is de desintegratie binnen het DMN rechtstreeks gerelateerd aan het ontstaan van een bewustzijnstoestand die meestal wordt beschreven als een ontbinding van het ego. De ontbinding van het ego is de subjectieve ervaring van het verliezen van het gevoel van identiteit. Het wordt ook wel beschreven als eenheid met de buitenwereld of met het universum, voortgebracht door het vervagen van de grenzen van het autonome zelf. De vragenlijst over veranderde staten van bewustzijn die aan het eind van elke scandag werd gebruikt, onthulde dat de ontbinding van het ego gecorreleerd is aan de ervaring van veranderde betekenis, i.e. het hechten van belang aan objecten die eerder onbelangrijk werden geacht en het verlenen van een nieuwe, vreemde betekenis aan de omgeving. Ook andere hersengebieden, zoals het salience netwerk en de thalamus, werden in verband gebracht met de staat van ego-ontbinding.

[/fusion_builder_column][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”]

LSD - Ego dissolution
Hersengebieden waar een significante correlatie werd gevonden tussen FCD en subjectieve meldingen van ego-ontbinding (LSD min placebo) staan rood gekleurd. Hersengebieden waar zich de meest selectieve correlaties voordoen tussen toenames van FCD en scores voor ego-ontbinding staan groen gekleurd – Tagliazucchi et al., 2016

De desintegratie van het DMN en andere rust-netwerken ging tevens gepaard met een verzwakking van de alfa hersengolven in gebieden zoals de cortex cingularis posterior (of posterior cingulate cortex / PCC). Over reguliere alfagolven bestaat de hypothese dat ze spontane neurale activiteit, d.w.z. die zonder blootstelling aan stimuli optreedt, tegenhouden (Tagliazucchi et al., 2016). Het bleek dat LSD de alfakracht doet afnemen en daarmee spontane activiteit in neuronen veroorzaakt, een effect dat de visuals bij gesloten ogen, die gepaard gaan met de LSD-ervaring, deels zou kunnen verklaren.

De werking van visuals bij gesloten ogen

In het onderzoek naar door LSD opgeroepen closed-eye visuals werden opvallende resultaten binnengehaald. De onderzoekers keken zowel naar eenvoudige beelden zoals geometrische patronen, als naar complexe beelden, waaronder autobiografische scènes, die zich onder LSD voordeden. Het onderzoek toonde aan dat, ook al was er geen visuele input, de visuele cortex (VC) zich onder invloed van LSD toch gedroeg alsof die er wel was (Carhart-Harris et al., 2016). Deze observatie ondersteunt huidige theorieën die zeggen dat het verschijnen van geometrische beelden wellicht veroorzaakt wordt door de opgewekte instabiliteit van de VC (Butler et al., 2011).

Naast een toename in het niveau van bloeddoorstroming vertoonde de VC ook een toegenomen functionele connectiviteit met andere hersendelen, met name de cortex parahippocampalis (of PHC), die betrokken is bij het oproepen van herinneringen, door muziek veroorzaakte emoties, en mentale beeldvorming. De onderzoekers gebruikten een Dynamic Causal Modelling-analyse om een toegenomen effectieve connectiviteit tussen de VC en de PHC aan te tonen, waarbij de PHC de activiteit van de VC veroorzaakte. De verwevenheid van deze hersengebieden kan verantwoordelijk worden gehouden voor het ‘kleuren’ van persoonlijke herinneringen die de deelnemers onder LSD ervoeren. Naast de PHC werden andere hersenregio’s zoals die in de occipitale en inferiore frontale kwab ook geactiveerd, wat tot de conclusie leidt dat onder invloed van LSD een veel groter deel van de hersenen betrokken is bij het voortbrengen van beelden dan in de normale waaktoestand.

De invloed van muziek

Veder kwam het grote belang van muziek tijdens de psychedelische ervaring uit het onderzoek naar boven. Mendel Kaelen, promovendus aan het Imperial College London en directielid van Stichting OPEN, onderzocht de synergistische effecten van muziek tijdens de LSD-ervaring (Kaelen et al., 2016). Er werden drie fMRI-scans uitgevoerd, de eerste en derde zonder muziek, en de tweede terwijl de deelnemers naar muziek luisterden (twee fragmenten uit het album Yearning van de ambient artiest Robert Rich en de Indische klassieke muzikante Lisa Moscow).

Het onderzoek liet zien dat de PHC hevig geactiveerd raakt wanneer deelnemers aan muziek en LSD blootgesteld worden. Bovendien correspondeerde de toename van interactie tussen de PHC en de visuele cortex met de intensiteit van de closed-eye visuals, zowel de eenvoudige (geometrische patronen) als de complexe (bv. gebaseerd op persoonlijke herinneringen). Dit benadrukt het belang van het verwerken van muziek in LSD-ondersteunde therapie.

Kennis uitbreiden

De bevindingen van dit onderzoek met LSD verstevigen de basis van de kennis die vergaard is in experimenten met andere psychedelica. Van psilocybine is aangetoond dat het vergelijkbare effecten heeft op hersenactiviteit, met inbegrip van de desintegratie in bepaalde gebieden zoals het defaultnetwerk en het ontstaan van nieuwe verbindingen tussen netwerken die normaliter gesegregeerd zijn. Deze conclusies kwamen voort uit twee onafhankelijke onderzoeken, waarvan er één werd uitgevoerd door de auteurs van het onderhavige LSD-onderzoek (Carhart-Harris et al., 2012, Kometer et al., 2015). Weer een andere onderzoeksgroep ontdekte soortgelijke effecten op de menselijke hersenen van ayahuasca, een psychedelicum uit het Amazonegebied (Riba et al., 2002).

De resultaten van dit baanbrekende onderzoek hebben een aantal belangrijke implicaties. Ten eerste geven ze een begin van neurologisch inzicht in het therapeutisch potentieel van LSD. Door zijn ‘entropische’ effect op de hersenen – de toename van desintegratie binnen en tegelijkertijd toename van interactie tussen bepaalde hersengebieden – heeft LSD potentieel om pathologische patronen, die worden geassocieerd met bijvoorbeeld depressie, af te breken, en zo de effectiviteit van psychotherapie te vergroten.

Het onderzoek heeft tevens aangetoond dat LSD potentieel heeft om van nut te zijn bij de studie naar de neurobiologie van het bewustzijn, gezien het feit dat het deelnemers in de zogenaamde ‘primitieve bewustzijnstoestand’ lijkt te brengen, die karakteristiek is voor de vroege stadia van bewustzijnsontwikkeling in kinderen, voor REM-slaap en voor de beginfase van psychose (Carhart-Harris et al., 2016). Dit betekent ook dat LSD zou kunnen worden toegepast in psychologische studies in het onderzoek naar pathologieën (Carhart-Harris et al., 2016).

Naast de korte-termijneffecten van LSD op de hersenchemie is tevens meer onderzoek nodig naar het potentieel van LSD-ervaringen om blijvende persoonlijkheidsveranderingen teweeg te brengen.

Robin Carhart-Harris en Mendel Kaelen zullen beiden spreken op de ICPR conference, die stichting OPEN in juni 2016 zal houden.

Referenties:

Butler T. C., Benayoun M., Wallace E., van Drongelen W., Goldenfeld N. and Cowan J. (2012). Evolutionary constraints on visual cortex architecture from the dynamics of hallucinations. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America, 606-609. https://dx.doi.org/10.1073/pnas.1118672109

Carhart-Harris R. L., Errizoe D., Williams T., Stone J. M., Reed L. J., Colasanti A., Tyacke R.J., Leech R., Malizia A.L., Murphy K., Hobden P., Evans J., Feilding A., Wise R.G. and Nutt D.J. (2012). Neural correlates of the psychedelic state as determined by fMRI studies with psilocybin. Proc. Natl. Acad. Sci. USA 109, 2138–2143. https://dx.doi.org/10.1073/pnas.1119598109

Carhart-Harris R. L., Muthukumaraswarmy S., Roseman L., Kaelen M., Droog W., Murphy K., Taggliazzuchi E., Schenberg E.E., Nest T., Orban C., Leech R., Williams, L., Williams T., Bolstridge M., Sessa B., McGoniglea J., Sereno M., Nichols D., Hellyer P.J., Hobden P., Evans J., Singh K.D., Wise R.G., Curran V., Feilding A. and Nutt D.J. (2016) Neural Correlates of the LSD Experience Revealed by Multimodal Neuroimaging. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America, 1-6. https://dx.doi.org/10.1073/pnas.1518377113

Kaelen M., Roseman L., Kahan J., Santos-Ribeiro A., Orban C., Lorenz R., Barett F.S., Bolstridge M., Williams T., Williams L., Wall M.B., Feilding A., Muthukumuraswamy S., Nutt D.J and Carhart-Harris, R. (2016) LSD modulates music-induced imagery via changes in the parahippocampal connectivity. European Neuropsychopharmacology, 1-10. http://dx.doi.org/10.1016/j.euroneuro.2016.03.018

Kometer M., Pokorny T., Seifritz E. and Vollenweider F.X. (2015) Psilocybin-induced spiritual experiences and insightfulness are associated with synchronization of neuronal oscillations. Psychopharmacology (Berl) 232(19):3663–3676. https://dx.doi.org/10.1007/s00213-015-4026-7

Riba J., Anderer P., Morte A., Urbano G., Jané F., Saletu B. and Barbanoj M.J. (2002) Topographic pharmaco-EEG mapping of the effects of the South American psychoactive beverage ayahuasca in healthy volunteers. Br J Clin Pharmacol 53(6):613–628. https://dx.doi.org/10.1046/j.1365-2125.2002.01609

Tagliazucchi E., Roseman L., Kaelen M., Orban C., Muthukumaraswamy S. D., Murphy K., Laufs H., Leech R., McGonigle J., Crossley N., Bullmore E., Williams T., Bolstridge M., Feilding A., Nutt D.J. and Carhart-Harris R. (2016). Increased Global Functional Connectivity Correlates with LSD-Induced Ego Dissolution. Current Biology, 26, 1-8. http://dx.doi.org/10.1016/j.cub.2016.02.010

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Psychedelische geneeskunde: de terugkeer van een therapeutisch paradigma

CMAJ_Psychedelic_Cover_-_Oct_2015In een recente publicatie onderzochten Tupper et al. (2015) [1] het nieuwe en opnieuw in zwang geraakte therapeutische paradigma waarin psychedelische substanties gebruikt worden om psychische gezondheidsklachten te behandelen. Het artikel geeft een overzicht van recent onderzoek met patiënten en presenteert inzichten over hoe dit paradigma vooruitgang zou kunnen boeken.

In tegenstelling tot het onderzoek in de jaren ‘60 en ‘70, toen non-gerandomiseerde en niet-geblindeerde methoden en onethische procedures het onderzoek in diskrediet brachten, laat deze nieuwe lichting studies zien dat onderzoek naar psychedelica als therapeutische middelen zich kan houden aan moderne wetenschappelijke, ethische en veiligheidsstandaarden.

Eerst wordt er gekeken naar de behandeling van angststoornissen, met een overzicht van drie recente onderzoeken met patiëntenpopulaties die worstelen met levenseinde-angst (LSD en psilocybine) en autisme-gerelateerde sociale angsten (MDMA). Het artikel vervolgt met onderzoek over verslaving, met studies die gebruik maken van psilocybine (alcohol- en tabakverslaving) en therapie ondersteund door ayahuasca (verschillende verslavende substanties); deze laatste is dan vooral onderzocht door observationeel onderzoek. Tot slot kijkt de review naar onderzoek naar het gebruik van MDMA-ondersteunde psychotherapie voor PTSS.

Samengevat leveren de onderzochte studies aanwijzingen op dat het onderzoek goed loopt en dat het aan positieve publiciteit wint. Echter wordt ook de aandacht gevestigd op het feit dat dit onderzoek extra voorzichtig en nauwlettend moet worden uitgevoerd met het oog op mogelijke gevaren en letsel. Bij patiënten met mentale stoornissen of een aanleg voor dergelijke aandoeningen kunnen psychotische episodes voorkomen[2], alsook Hallucinogen Persisting Perception Disorder (HPPD), dat een continue aanwezigheid van perceptuele verstoringen met zich meebrengt.[3] Dit soort bijwerkingen komen evenwel vrij weinig voor in de algemene populatie, en als ze zich voordoen, dan is dat meestal doordat de drugs in een ongecontroleerde setting worden gebruikt. Vanwege deze gevaren gaat psychedelisch onderzoek gepaard met een nauwkeurige screening van deelnemers, en in de regel worden mensen met psychose in de familiegeschiedenis uitgesloten van deelname.

De auteurs vervolgen met een beschouwing van de mogelijke voordelen die zouden kunnen ontstaan als de wetenschap vrijer zou zijn in haar onderzoek naar de werking van psychedelica op neurologisch niveau. Zo zou het verband tussen hersenen, geest en bewustzijn beter kunnen worden ontrafeld, en de werkingsmechanismen van deze middelen zouden kunnen worden ontdekt, wat zou leiden tot optimale therapeutische protocollen met bepaalde psychedelica voor bepaalde aandoeningen. Bovendien wijzen ze op de hoge wereldwijde kosten van de mentale gezondheidszorg, en stellen ze dat dergelijk onderzoek economisch verantwoord is, gezien de langetermijnverwachtingen van goedkopere en korter durende behandelingstrajecten in vergelijking met de huidige methoden.

De review eindigt met een uitzicht op hoe dit paradigma zich zou kunnen ontwikkelen, en oppert dat de curricula van geneeskunde-opleidingen wellicht bijgesteld zouden moeten worden, met gespecialiseerde klinische training voor zorgprofessionals in deze behandelrichtingen. Over het geheel genomen ziet dit nieuwe paradigma er veelbelovend uit: het zou kunnen bijdragen aan het bijscholen en corrigeren van eerdere misvattingen binnen de wetenschappelijke gemeenschap, het zou de drugswetgeving kunnen beïnvloeden en, nog belangrijker, nieuwe behandelingen kunnen bieden aan patiënten bij wie anders niets werkt.

[1] Tupper, K. W., Wood, E., Yensen, R., & Johnson, M. W. (2015). Psychedelic medicine: a re-emerging therapeutic paradigm. Canadian Medical Association Journal, doi: 10.1503/cmaj.141124.

[2] Abraham, H. D., Aldridge, A. M., & Gogia, P. (1996). The psychopharmacology of hallucinogens. Neuropsychopharmacology, 14(4), 285-298.

[3] Halpern, J. H., & Pope, H. G. (2003). Hallucinogen persisting perception disorder: what do we know after 50 years? Drug and alcohol dependence, 69(2), 109-119.

Versterkt LSD de emotionele reactie op muziek?

Music_Psychedelic_pictureNaast zijn hallucinogene eigenschappen staat LSD erom bekend merkbare effecten te hebben op emotie. Dit is een van de redenen waarom psychedelica in de jaren vijftig en zestig werden gebruikt bij psychotherapie, onder de hypothese dat ze emotionele bevrijding en inzichten helpen bereiken [1][2]. Muziek kan op soortgelijke manier emoties oproepen en was ook een onderdeel van psychedelica-ondersteunde psychotherapie, ter bevordering van emotionele prikkeling en verlossing, en om te helpen ‘piek’- of spirituele ervaringen op te roepen [3][4]. Mendel Kaelen, als neurowetenschapper werkzaam bij het Imperial College te Londen en OPEN bestuurslid, en zijn collega’s, voerden een onderzoek [5] uit met als doel de significantie van muziek bij psychedelica-ondersteunde psychotherapie te verkennen. Het onderzoek richtte zich op het toetsen van de hypothese dat de emotionele reactie op muziek wordt versterkt door LSD, gebruikmakend van een placebo-gecontroleerde opstelling. Het onderzoeksteam onderzocht ook de rol van muziek bij het opwekken van piek- of spirituele ervaringen.

Tien deelnemers woonden twee onderzoeksdagen bij. Op een van die dagen kregen ze een placebo (10ml zoutoplossing), terwijl ze op de andere dag tussen 40 en 80 μg LSD kregen, met ongeveer een week ertussen. Het ontwerp was enkelblind, wat betekent dat de deelnemers niet wisten in welke toestand ze verkeerden, maar de onderzoekers wel. Deelnemers luisterden naar een afspeellijst van vijf verschillende instrumentele nummers (voornamelijk neoklassiek en ambient) op beide onderzoeksdagen, waarbij de volgorde van de nummers door de deelnemersgroep heen evenredig werd verdeeld. Om de emotionele reactie op de muziek vast te stellen, werden deelnemers gevraagd hoezeer ze emotioneel werden beïnvloed door de muziek. Hun antwoorden vormden de hoofdzakelijke uitkomst van het onderzoek. Verder werd de Geneva Emotional Music Scale (GEMS-9) gebruikt om de specifieke factoren van de emotionele ervaringen van de deelnemers te onderzoeken, bestaande uit 9 subcategorieën van emotie (verwondering, transcendentie, kracht, zachtheid, nostalgie, vredigheid, speelse activering en spanning). De resultaten lieten zien dat de gemiddelde scores voor emotionele respons op muziek significant hoger waren voor de LSD-toestand dan voor de placebo. Daar bovenop bleek dat alle negen factoren van de GEMS-9 hoger scoorden bij de LSD-toestand dan bij de placebo, met significante toenames bij de aspecten “verwondering”, “transcendentie”, “kracht” en “zachtheid”. Verbandzoekende analyses lieten een significante positieve relatie zien tussen de aangegeven intensiteit van de effecten van de toegediende middelen en de emotionele prikkeling door de muziek.

De bevinding dat LSD de emotionele reactie op muziek versterkt ondersteunt de populaire aanname dat muziek meer betekenis heeft onder invloed van psychedelica. Overstijgings-emoties (transcendentie) en gevoelens van verwondering worden van oudsher gezien als kernelementen van spirituele of piekervaringen [6][7]. Hieruit leidden de onderzoekers af dat de combinatie van LSD en muziek de kans op het hebben van spirituele of piekervaringen kan vergroten. Bovendien is van deze ervaringen in het verleden aangetoond dat ze in verband kunnen worden gebracht met blijvende verbeteringen in gevoelens van welzijn en levensblijheid [8] en ook met toenames in de persoonlijkheidseigenschap van openheid [9], wat de opvatting ondersteunt dat muziek een belangrijk element in psychedelisch-ondersteunde therapie is.

Aangezien dit een pilot-onderzoek is, zijn er beperkingen aan verbonden. Een kleine populatievertegenwoordiging en de selectie van muziekgenres betekenen dat de resultaten niet kunnen worden gegeneraliseerd voor een grotere bevolkingsgroep. Ook kunnen de deelnemers hebben geraden wat het doel van het onderzoek was, wat betekent dat de resultaten zouden kunnen voortkomen uit hun eigen verwachtingen, of die van de onderzoekers. Daarbij zouden de resultaten ook alleen aan het effect van LSD kunnen worden toegeschreven, in plaats van aan het specifieke effect van muziek in combinatie met het middel.

Op de vraag naar de implicaties van zijn onderzoek voor toekomstige studies, zei dhr. Kaelen ons dat dit slechts bescheiden eerste stapjes zijn in het bijdragen aan een door bewijs geschraagde aanpak van psychedelische therapie. “Het is belangrijk om de discussie aan te gaan over de rol van muziek, en meer algemeen over het belang van de juiste setting, bij psychedelische therapie,” zegt Kaelen. “Vanwege de beperkingen van dit onderzoek moeten toekomstige studies andere ontwerpen en meer gedetailleerde onderzoeksvragen bedenken.” Kaelen noemde ook reeds aangevangen onderzoeken door het Imperial College, waarbij onder andere gebruik wordt gemaakt van hersenscans zoals fMRI en MEG, en die zich richten op de vraag welke hersenmechanismen hierbij betrokken zijn. Hij legde ook de nadruk op het belang van het vertalen van elementen naar klinisch werk. “Een klinisch onderzoek, dat momenteel aan het Imperial College gaande is, maakt gebruik van psilocybine voor behandelings-resistente depressie. Een deel van dit onderzoek kijkt naar de rol van muziek, wat hopelijk zal bijdragen aan een dieper inzicht in hoe muziek en psychedelische therapie samenwerken.”


[1] Busch AK, Johnson WC (1950) L.S.D. 25 as an aid in psychotherapy; preliminary report of a new drug. Diseases of the nervous system 11: 241-243

[2] Leuner HC (1983) Psycholytic therapy: Hallucinogenics as an aid in psychodynamically oriented psychotherapy In Psychedelic Reflections, ed. Grinspoon L & Bakalar JB, pp. 177-192: Human Science Press

[3] Bonny HL, Pahnke WN (1972) The use of music in psychedelic (LSD) psychotherapy. Journal of music therapy: 64-87

[4] Grof S (1980) LSD Psychotherapy. Hunter House Publishers, US

[5] Kaelen et al. (2015) LSD enhances the emotional response to music . Journal of Psychopharmacology

[6] Maslow AH (1993) The Farther Reaches of Human Nature. Arkana

[7] Richards WA (2009) The rebirth of research with entheogens: lessons from the past and hypotheses for the future. The Journal of Transpersonal Psychology Vol. 41: 139-150

[8] Griffiths RR, Richards W, Johnson MW, McCann U, Jesse R (2008) Mystical-type experiences occasioned by psilocybin mediate the attribution of personal meaning and spiritual significance 14 months later. Journal of psychopharmacology 22: 621-632

[9] MacLean KA, Johnson MW, Griffiths RR (2011) Mystical experiences occasioned by the hallucinogen psilocybin lead to increases in the personality domain of openness. Journal of psychopharmacology 25: 1453-1461

Ketamine geïnduceerde staat als model voor schizofrenie

Onderzoek naar de psychoactieve eigenschappen van lysergeenzuurdi-ethyladmide (LSD) in de jaren ’50 bracht wetenschappers op de serotonine hypothese van schizofrenie [1][2], een theorie die nog steeds wordt gebruikt om de neurochemische oorsprong van schizofrenie te verklaren. Recentelijk hebben Höflich et al. (2015) ketamine gebruikt om de rol van neurotransmitter glutamaat in deze psychische stoornis te onderzoeken [3].

Vanwege het feit dat er in eerder neuroimaging onderzoek verstoorde glutamaterge hersennetwerken zijn gevonden bij schizofrene patiënten, wordt er gedacht dat glutamaat een sleutelrol speelt in de etiologie van schizofrenie. Deze afwijkingen doen zich vooral voor in de thalamus, het hersengebied dat betrokken is bij het integreren en doorgeven van informatie uit andere hersengebieden. Door de hersenactiviteit te meten bij gezonde vrijwilligers die ketamine toegediend kregen, onderzochten Höflich e.a. (2015) of ketamine gebruikt kan worden als een model voor schizofrenie om zo de link tussen glutamaat en schizofrenie verder te bestuderen. Ketamine is een glutamaat antagonist. Dit betekent dat ketamine de glutamaterge neurotransmissie verhindert door de overdracht van glutamaat te blokkeren op de N-methyl-D-aspartaat (NMDA) receptor. De effecten van ketamine lijken op een aantal van de positieve, negatieve en cognitieve symptomen van schizofrenie.

In het onderzoek van Höflich e.a. (2015) voltooiden dertig gezonde vrijwilligers het dubbelblinde, placebogecontroleerde, gerandomiseerde crossover onderzoek, waarbij iedere vrijwilliger op twee verschillende dagen werd gescand in een fMRI-scanner. Hersenactiviteit werd vergeleken tussen degenen die ketamine toegediend kregen en degenen die een placebo ontvingen. De hersenscans van degenen in de ketamineconditie vertoonden, in vergelijking met de placeboconditie, een hogere functionele activiteit van de thalamus. Ook veroorzaakte ketamine een hogere connectiviteit tussen de thalamische gebieden en de somatosensorische en temporale cortexen. Er werd geen significant verschil in connectiviteit gevonden tussen de thalamus en de prefrontale, motorische, posteriore pariëtale en occipitale cortexen.

De auteurs concluderen dat ketamine tijdelijk een veranderde functionele connectiviteit teweeg kan brengen in gezonde hersenen die lijkt op de structurele hersenconnectiviteit bij schizofrene patiënten. Ze leiden hieruit af dat de neurochemische toestand die wordt veroorzaakt door ketamine als model zou kunnen fungeren voor schizofrenie, vooral wanneer het om het verklaren van de karakteristieke problemen inzake zintuiglijke filtering betreft. In het onderzoek werd echter geen afname van de connectiviteit tussen prefrontale cortex en thalamus gevonden, hetgeen wel voorkomt bij schizofrene patiënten [4]. Deze bevinding suggereert dat andere neurotransmitters ook verantwoordelijk zijn voor de manifestatie van schizofrenie. Het gebruik van ketamine en andere drugsmodellen [5] om de relatie tussen neurotransmittersystemen en de symptomatologie van schizofrenie te onderzoeken kan waardevolle informatie opleveren over de neurale fundamenten van deze mentale stoornis.


 
[1] Gaddum, J. H., Hebb, C. O., Silver, A., & Swan, A. A. B. (1953). 5-Hydroxytryptamine. Pharmacological action and destruction in perfused lungs. Quart. J. Exper. Physiol., 38, 255.
[2] Woolley, D. W., & Shaw, E. (1954). A Biochemical and Pharmacological Suggestion About Certain Mental Disorders. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America, 40(4), 228–231. doi:10.1073/pnas.40.4.228
[3] Höflich, A., Hahn, A., Küblböck, M., Kranz, G. S., Vanicek, T., Windischberger, C., …Lanzenberger, R. (2015). Ketamine-Induced Modulation of the Thalamo-Cortical Network in Healthy Volunteers As a Model for Schizophrenia. International Journal of Neuropsychopharmacology, 1–11. doi:10.1093/ijnp/pyv040 [Abstract]
[4] Leitman DI, Sehatpour P, Higgins BA, Foxe JJ, Silipo G, Javitt DC (2010). Sensory deficits and distributed hierarchical dysfunction in schizophrenia. Am J Psychiatry 167: 818-827
[5] Steeds, H., Carhart-Harris, R. L., & Stone, J. M. (2014). Drug models of schizophrenia. Therapeutic Advances in Psychopharmacology, 5(1), 43–58. doi:10.1177/2045125314557797 [Abstract]

Tweede deel van door OPEN samengesteld special issue gepubliceerd

cdarcover

Eind vorige maand publiceerden we het eerste deel van een special issue van het wetenschappelijk tijdschrift CDAR, waarin de heilzame effecten van psychedelica bij de behandeling van verslaving werden besproken. Ondertussen is het tweede deel gepubliceerd met drie extra artikelen over dit onderwerp.

In het eerste artikel stelt Robin Mackenzie dat er te weinig aandacht wordt besteed aan de mogelijkheid om psychedelica te gebruiken om iemands leven zowel als dood positief te beïnvloeden. Ze beweert dat neurowetenschappelijk onderzoek te vaak de focus legt op het genezen van ziektes en aandoeningen. Mackenzie pleit daarentegen voor cognitieve vrijheid en stelt dat de neurowetenschappen de potentiële rol van psychedelica binnen ‘menselijke groei’ en welzijn zou moeten belichten.

Mitch Liester overloopt de turbulente geschiedenis van LSD, van haar oorspronkelijke functie als ‘psychotomimeticum’ (een middel dat psychose-achtige bewustzijnstoestanden nabootst) en als farmacologisch hulpmiddel voor ‘verslaafde’ patiënten tot haar wijdverbreide associatie met de massale counterculture van de jaren ’60. Liester biedt een overzicht van de farmacologische en neurobiologische eigenschappen van LSD en een gedetailleerde fenomenologie van haar subjectieve effecten. De auteur stelt dat het tijd is voor een onpartijdige herevaluering van het potentieel van LSD als farmacologisch hulpmiddel in de verslavingszorg.

Verschillende onderzoeken aan de Johns Hopkins University hebben onlangs de aandacht gevestigd op het belang van de transcendentale en spirituele aspecten van de psychedelische ervaring. Deze studies schrijven een belangrijke rol toe aan mystieke ervaringen ter bevordering van algeheel welzijn, met meetbare positieve veranderingen in zowel het gedrag, de opvattingen en de waarden van gezonde deelnemers. Het grondig onderzoek dat Albert Garcia-Romeu en zijn collega’s uitvoerden aan dezelfde universiteit verstrekt een dieper inzicht in hoe door psilocybine geïnduceerde mystieke ervaringen zich laten toepassen binnen de context van een zware tabaksverslaving. Hun klinische pilotstudie toont aan dat het aantal gestopte gebruikers na een psilocybinebehandeling significant hoger ligt dan bij gebruikelijke behandelingen voor tabaksverslaving, wat stof biedt voor een belangrijke discussie over de toekomst van de verslavingszorg.

De artikelen zijn vrij toegankelijk en kunnen hier worden gevonden.

We zijn erg trots op het feit dat we deze artikelen met iedereen kunnen delen en willen graag alle auteurs en peer-reviewers bedanken die ons hebben geholpen om dit special issue samen te stellen.

Overzicht van de artikelen

Editorial (Thematic Issue: Introduction to ‘Beneficial Effects of Psychedelics with a Special Focus on Addictions’)
What Can Neuroscience Tell Us About the Potential of Psychedelics in Healthcare? How the Neurophenomenology of Psychedelics Research Could Help us to Flourish Throughout Our Lives, as Well as to Enhance Our Dying
A Review of Lysergic Acid Diethylamide (LSD) in the Treatment of Addictions: Historical Perspectives and Future Prospects
Psilocybin-Occasioned Mystical Experiences in the Treatment of Tobacco Addiction

Special issue samengesteld door OPEN gepubliceerd in wetenschappelijk tijdschrift

cdarcoverStichting OPEN kondigt met gepaste trots aan dat we twee special issues hebben samengesteld van het wetenschappelijk tijdschrift CDAR (Current Drug Abuse Reviews). De titel van de twee nummers is ‘Beneficial Effects of Psychedelics with a Special Focus on Addictions’.

Het idee voor dit special issue ontstond tijdens de Interdisciplinary Conference on Psychedelic Research, door OPEN georganiseerd in 2012. Dit special issue van CDAR is een interdisciplinaire bundeling over het onderwerp psychedelica en geestelijke gezondheid, waarin een speciale focus ligt op de toepassing van psychedelica bij drugsmisbruik en verslaving. Daarnaast wordt er ook kritisch gekeken naar enkele wijdverspreide aannames over psychedelica, en nieuwe ideeën en suggesties voor toekomstig onderzoek geïntroduceerd.

In het eerste artikel, bekritiseren Beatriz Labate en Kenneth Tupper de instrumenten van de moderne sociale wetenschappen. Ze reflecteren op het Amazonische brouwsel ayahuasca, wat snel aan populariteit wint, zowel bij individuen die geinteresseerd zijn in de effecten als bij wetenschappers die het plantenmengsel onderzoeken. Kijkend naar het steeds verder uitbreidende interdisciplinaire veld van ayahuasca studies, betwijfelen Tupper en Labate de mogelijkheid van absolute objectiviteit bij het bestuderen van ayahuasca en andere psychedelica. Ze kijken ook naar hoe psychedelica in het algemeen worden gezien en hoe deze conceptualisaties het huidige onderzoek en de wetenschappers zelf beinvloeden.

Hoe moet men omgaan met mensen die een moeilijke ervaring hebben na inname van een psychedelicum? Is het mogelijk om dergelijke negatieve ervaringen te transformeren in heilzame ervaringen? Deze vragen staan centraal in het artikel van Maria Carvalho en haar collega’s. De auteurs geven een gedetailleerde beschrijving van hoe een toegankelijke dienst die ‘compassievolle zorg’ biedt aan bezoekers van een muziekfestival, kan bijdragen aan het beperken van negatieve effecten die het gevolg zijn van de inname van psychedelica in een onbekende en sterk stimulerende omgeving. Hun artikel laat zien hoe een interventie die principes van harm reduction, risk reduction en crisis intervention combineert, de onbedoelde negatieve neveneffecten van recreatief gebruik van (psychedelische) drugs effectief kan aanpakken. Dit vergroot de kennis over de na- en voordelen van veranderde bewustzijnstoestanden – niet slechts degene die door psychedelica worden geinduceerd – voor zowel individuen als professionele zorgverleners.

In de eerste golf van wetenschappelijke interesse in psychedelica in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw, werd veel onderzoek gedaan naar hun effecten op alcoholisme. Michael Winkelman’s artikel evalueert het historisch bewijs van de veiligheid en effectiviteit van verschillende psychedelica die toen gebruikt werden in de behandeling van middelenafhankelijkheid. De auteur geeft ook een overzicht van de mogelijke werkingsmechanismen die de effectiviteit van deze behandelingen kunnen verklaren. Vanwege de veiligheid van psychedelica en het beperkte succes van de huidige behandelmethoden bij verslaving, pleit Winkelman dat medische professionals een morele plicht hebben om behandelingen met psychedelica verder te onderzoeken.

Terwijl de neurowetenschappen zich steeds verder ontwikkelen, kijken meer en meer onderzoekers naar het potentieel van psychedelica als middel om de hersenmechanismen te begrijpen die verantwoordelijk zijn voor de specifieke effecten. Samuel Turton’s artikel geeft een uniek inzicht in de subjectieve ervaringen van deelnemers aan een onderzoek. Hij beschrijft de fenomenologie van de ervaringen van 15 deelnemers in een fMRI-scanner na intraveneuze toediening van psilocybine.

De Braziliaanse neurowetenschapper Rafael Guimarães dos Santos draagt bij aan dit special issue met een grondig review over hoe het potente maar weinig onderzochte psychedelicum Salvinorine A effectief zou kunnen zijn als farmacologisch middel bij de behandeling van verslaving aan stimulanten. In zijn artikel geeft hij een overzicht van de beschikbare data over κ-opioïd receptoragonisten en hun werkingsmechanismen in dierstudies. Hiermee geeft hij een nieuw perspectief op de potentiele effectiviteit van dit psychedelicum in de behandeling van verslaving aan psychostimulanten als amfetamine en cocaine.

Het volgende deel van het special issue zal artikelen bevatten van Mitch Liester, Robin MacKenzie en Albert Garcia-Romeu, Roland Griffiths en Matthew Johnson.

De artikelen zijn hier gratis te downloaden.

Overzicht van de artikelen:

Editorial (Thematic Issue: Introduction to ‘Beneficial Effects of Psychedelics with a Special Focus on Addictions’)

Ayahuasca, Psychedelic Studies and Health Sciences: The Politics of Knowledge and Inquiry into an Amazonian Plant Brew

Crisis Intervention Related to the Use of Psychoactive Substances in Recreational Settings – Evaluating the Kosmicare Project at Boom Festival

Psychedelics as Medicines for Substance Abuse Rehabilitation: Evaluating Treatments with LSD, Peyote, Ibogaine and Ayahuasca

A Qualitative Report on the Subjective Experience of Intravenous Psilocybin Administered in an fMRI Environment

Salvinorin A and Related Compounds as Therapeutic Drugs for Psychostimulant-Related Disorders

Gebruik psychedelica geassocieerd met verminderde psychische klachten en suïcidaliteit

A8_thumbnail_500x400In een onderzoek waarvan de resultaten eerder deze maand zijn gepubliceerd is een relatie gevonden tussen het gebruik van klassieke psychedelica en verminderde psychische klachten en suïcidaliteit [fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][1]. In de studie werden de gegevens van 191.382 Amerikanen opgenomen die tussen 2008 en 2012 deel hadden genomen aan het jaarlijks afgenomen bevolkingsonderzoek ‘National Survey on Drug Use and Health’ (NSDUH) [2]. Hendricks en zijn onderzoeksteam vergeleken de mate van psychologisch welbevinden in personen die wél of niet werden geclassificeerd als gebruikers van psychedelica. Om als gebruiker van klassieke psychedelica geclassificeerd te kunnen worden, diende de persoon aangegeven te hebben dat hij of zij minstens één keer in zijn of haar leven ayahuasca, mescaline, LSD, peyote of San Pedro en/of psilocybine heeft gebruikt. Om uit te sluiten dat de verschillen tussen de groep gebruikers en niet-gebruikers verklaard konden worden door een andere factor dan het gebruik van klassieke psychedelica, werd er statistisch gecontroleerd voor de demografische variabelen leeftijd, geslacht, etnische achtergrond, opleidingsniveau, jaarlijks inkomen, burgerlijke stand, zelfbenoemde mate van risicogedrag en illegaal drugsgebruik. Hoewel er op basis van deze studie geen uitspraak gedaan kan worden over causaliteit, sluiten de resultaten wel aan bij eerdere onderzoeken waaruit blijkt dat psychedelica mogelijk een gunstige invloed kunnen hebben op diverse factoren die van invloed zijn op suïcidaliteit [3]. Geschat wordt dat er momenteel ongeveer 7% van de wereldbevolking lijdt aan een psychische stoornis [4]. De resultaten van deze studie zijn een veelbelovend antwoord op de oproep van de Action Alliance for Suicide Prevention (2014) om meer onderzoek te richten op nieuwe interventies die de kans op suïcide verkleinen.


 
[1] Hendricks et al. (2015).
[2] Dit bevolkingsonderzoek wordt uitgevoerd door de ‘United States Department of Health and Human Services’. Met de gegevens uit het onderzoek wordt een schatting gemaakt van de prevalentie van drugsgebruik en psychologische stoornissen.
[3] Een uitgebreid overzicht van eerder onderzoek is te vinden in de derde en vierde paragraaf van het artikel van Hendricks et al. (2015).
[4] Op basis van een schatting van de Wereldgezondheidsorganisatie (2015) dat er wereldwijd ongeveer een half miljard personen lijden aan een psychische stoornis en dat de wereldbevolking momenteel uit ongeveer 7.2 miljard personen bestaat (United States Census Bureau, 2015).
 
Referenties
Hendricks, P. S., Thorne, C. B., Clark, C. B., Coombs, D. W., & Johnson, M. W. (2015). Classic psychedelic use is associated with reduced psychological distress and suicidality in the United States adult population. Journal of Psychopharmacology. [Abstract]
National Action Alliance for Suicide Prevention: Research Prioritization Task Force (2014). A prioritized research agenda for suicide prevention: An action plan to save lives. National Institute of Mental Health and the Research Prioritization Task Force, Rockville, Maryland.
United States Census Bureau (2015). U.S. and World Population Clock. As retrieved on January 17. from http://www.census.gov/popclock/
World Health Organization (2001). The World health report 2001: Mental health: New understanding, new hope. Geneva, Switzerland: World Health Organization[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Duurzame positieve invloed van LSD in de behandeling van angst bij terminale patiënten

LSD_clinical_trial_bottle_small

Eerder berichtten we over het eerste onderzoek naar LSD met menselijke proefpersonen sinds meer dan veertig jaar, dat in Zwitserland werd uitgevoerd door Peter Gasser en zijn team. Een vervolgstudie op dit onderzoek [1], gebaseerd op kwalitatieve interviews met deelnemers, wijst op duurzame positieve resultaten van de behandeling.

De oorspronkelijke – dubbelblinde en placebogecontroleerde – studie werd uitgevoerd op een onderzoeksgroep van twaalf proefpersonen, waarvan er uiteindelijk negen de volledige studie doorliepen, inclusief het opvolgingsgesprek na twaalf maanden. De deelnemers, die allen terminaal ziek waren, ondergingen zes tot acht psychotherapeutische sessies zonder drug, en twee LSD-ervaringen waarin ze werden begeleid door twee cotherapeuten. De vier proefpersonen aan wie aanvankelijk de actieve placebo van 20µg LSD toegediend werd, kregen aan het einde van het onderzoek de mogelijkheid om twee LSD-sessies met experimentele doses van 200µg te ondergaan. Drie onder hen maakten gebruik van deze optie, en namen alsnog deel aan de kwalitatieve interviews.

Alle deelnemers hadden blijk gegeven van aanzienlijke gevoelens van angst en/of depressie in verband met hun levensbedreigende ziekte. Allen gaven te kennen dat ze belangrijke positieve effecten van de therapie ondervonden op lange termijn, onder andere een verminderde ongerustheid, minder angst voor de dood, en een verbeterde levenskwaliteit. Een bijkomstig gunstig resultaat van de behandeling was het feit dat de meesten ook van positieve veranderingen in hun persoonlijkheid gewaar werden, wat een subjectieve bevestiging zou kunnen zijn van de kwantitatieve metingen van angst als persoonskenmerk (‘trait anxiety’, te vergelijken met ‘state anxiety’, angst als gemoedstoestand) die werden gerapporteerd. Deze metingen voor angst als persoonskenmerk zakten significant na de LSD-sessies, en bleven laag bij het vervolgonderzoek na twaalf maanden [2].

In hun subjectieve beschouwing van de LSD-sessies beschreven de patiënten een betere toegang tot hun emoties te hebben en tot gevoelens van catharsis. In verband met hun korte levensprognose meldden ze dat ze dankzij LSD hun emoties intenser konden aanvoelen en gemakkelijker konden uitdrukken. De interviews suggereren dat de patiënten voordeel haalden uit deze intense emotionele ervaring. LSD stelde hen ook in staat om zichzelf en hun moeilijke situatie in een nieuw en breder perspectief te zien. “Sterven is even gewoon of ongewoon als het leven zelf,” zei een patiënt. “Ik moet alleen even wennen aan het idee en het proces.” De patiënten meldden ook drastische veranderingen in hun emoties tijdens of tussen de twee sessies. Dit begon meestal met ‘negatieve’ gevoelens in verband met hun levenssituatie, zoals angst, depressie en wanhoop. Deze negatief beleefde emotionele toestand veranderde naar een positieve staat die werd beleefd met een voordien ongekende intensiteit, en die minstens tot een jaar na de sessies voortduurde. Ondanks het feit dat de deelnemers lichamelijk zwaar ziek waren ondervond geen enkele onder hen negatieve gevolgen van de psychedelische sessies.

Een ander interessant aspect is de gekozen methode. Twee verschillende benaderingen zijn voortgekomen uit de eerste onderzoeksgolf met LSD in de jaren 1950-1970. Bij psycholytische therapie, die vooral in Europa werd gebruikt, ondergingen patiënten een groot aantal op psychoanalytische principes gebaseerde psychotherapeutische sessies, met lage tot middelhoge doses LSD (50-100 µg). De psychedelische benadering daarentegen beoogde het veroorzaken van mystieke- of piekervaringen bij patiënten door hen hoge doses (200-500 µg) toe te dienen in een beperkt aantal sessies. Deze laatste methode werd meer in de VS gebruikt en is totnogtoe de enige die werd gebruikt in het behandelen van angst bij terminale patiënten.

In de Zwitserse studie sloot de gekozen methode nauw aan bij deze psychedelische benadering, maar met een relatief lage dosering. Het kader was ook ietwat losser dan in de traditionele psychedelische benadering, waar de proefpersoon bijna de hele tijd een oogscherm ophield en met een koptelefoon naar muziek luisterde. De ervaringen die de deelnemers aan deze studie op die manier beleefden kunnen beschreven worden als piekervaringen, maar voldoen niet aan de criteria voor volledige mystieke ervaringen. Deze twee soorten ervaringen zijn zeer gelijkaardig. Bij piekervaringen vervagen de grenzen van het ‘ik’, maar lossen ze niet helemaal op zoals bij mystieke ervaringen. Het intellectueel vermogen is ook minder aangetast, waardoor er meer interactie tussen patiënt en therapeuten mogelijk is dan in de traditionele psychedelische benadering. Het lijkt erop dat zulke piekervaringen hierbij het belangrijkste psychologische werkingsmechanisme zijn, en dat ze veel belangrijker zijn dan de cognitieve en psychodynamische ervaringen die ook veel voorkomen bij het toedienen van LSD.

De benadering die bij deze Zwitserse studie gehanteerd werd levert duidelijk voordelen op, onder andere het feit dat ze de resultaten voor alle deelnemers lijkt te normaliseren. In vorige studies met psychedelica voor het behandelen van angst bij terminale patiënten, die tijdens de eerste onderzoeksgolf werden uitgevoerd, was het typische resultaat een drastische verbetering bij ongeveer een derde van de proefpersonen, een gematigde verbetering bij een ander derde, en geen enkele significante verandering bij het overige derde [3]. Opmerkelijk genoeg ondervond in deze studie elke patiënt een significante verbetering, al werd die door niemand als ‘drastisch’ ervaren. Dit resultaat maakt verdere studie zeker wenselijk, vooral wat betreft de ontwikkeling van verschillende therapeutische benaderingen in het kader van psychedelische therapie.


 
[1] Gasser, P., Kirchner, K., & Passie, T. (2014).
[2] Gasser, P., Holstein, D., Michel, Y., Doblin, R., Yazar-Klosinski, B., Passie, T., & Brenneisen, R. (2014).
[3] Kurland, A.A. (1985).
 
Referenties
Gasser, P., Kirchner, K. & Passie, T. (2014). LSD-assisted psychotherapy for anxiety associated with a life-threatening disease: A qualitative study of acute and sustained subjective effects. Journal of Psychopharmacology, 29(1), 57-68. [Abstract]
Gasser, P., Holstein, D., Michel, Y., Doblin, R., Yazar-Klosinski, B., Passie, T., & Brenneisen, R. (2014). Safety and Efficacy of Lysergic Acid Diethylamide-Assisted Psychotherapy for Anxiety Associated With Life-threatening Diseases. The Journal of Nervous and Mental Disease, 202(7), 513–520. [Abstract]
Kurland, A.A. (1985). LSD in the supportive care of the terminally ill cancer patient. Journal of Psychoactive Drugs, 17(4), 279–290. [Link to full text]