OPEN Foundation

Boekrecensies

[Boekrecensie] Altered States: Buddhism and Psychedelic Spirituality in America

Osto_USBuddhismAltered States: Buddhism and Psychedelic Spirituality in America. Douglas Osto. Columbia University Press, 2016. ISBN 978-0231177306

Hoewel veel liefhebbers van psychedelica zeggen zich aangetrokken te voelen tot het Boeddhistisch gedachtengoed, is de overlap en het onderlinge verband tussen deze groep mensen en het formele Boeddhisme niet uitgebreid onderzocht. Dit boek doet een poging dat gat te dichten en is het eerste dat statistische onderzoeken combineert met een analyse van de verschillende manieren waarop mensen denken over de samenhang tussen deze twee. Het is, na William Richards’ Sacred Knowledge, de tweede monografie in een reeks over psychedelica die Colombia University Press publiceert.

Het boek maakt gebruik van informatie uit eerdere, minder formele onderzoeken van Tricycle Magazine, dat een speciale editie over Boeddhisme en psychedelica publiceerde, en van Zig Zag Zen, een door Allan Badiner geredigeerde op psychedelica en/of Boeddhisme geïnspireerde kunst- en essaycollectie, waarvan in 2015 een nieuwe geüpdatete editie verscheen. Het combineert data en standpunten die uit deze publicaties naar voren komen met informatie die de auteur heeft verzameld aan de hand van interviews en een enquête.

Het boek begint met het minst boeiende hoofdstuk, waarin dieper wordt ingegaan op de statistieken van de eerder genoemde onderzoeken. Het beeld ontstaat dat er een overlap is tussen mensen die psychedelica hebben gebruikt of nog steeds gebruiken, en mensen die zich op meer of minder formele wijze met Boeddhisme bezighouden. De auteur concludeert dat er binnen deze overlappende groep een spanningsveld bestaat tussen twee tegenstelde standpunten: zij die geloven dat de twee niet samengaan, ook al zijn zij dankzij psychedelica tot het Boeddhisme gekomen, en zij die geloven dat de twee complementair kunnen zijn.

In de volgende twee hoofdstukken gaat Osto verder in op de geschiedenis van deze twee stromingen in de Verenigde Staten vanaf ongeveer het midden van de twintigste eeuw. Beide stromingen hebben gelijkaardige paden gevolgd, waarbij een snelle, wijdverspreide aanhang werd gevolgd door een periode van schandalen, die eindigde in het herontdekken van hun basisprincipes. Voor degenen die bekend zijn met de geschiedenis van psychedelica (en/of het Boeddhisme) bieden deze hoofdstukken weinig nieuwe informatie, behalve dat het interessant is te zien dat er vanaf het begin raakvlakken zijn geweest. Sleutelfiguren van de ene stroming hadden vaak tevens een invloedrijke rol in de andere stroming.

Hierna volgen drie hoofdstukken die de rol bespreken van psychedelica voor Boeddhisten die deze gebruikt hebben. Osto zet de metafoor van een deur in om te beschrijven hoe sommige Boeddhisten ervaren dat psychedelica de deur naar hun religieuze pad hebben geopend. Dit wordt bijna universeel onderkend door de onderzochte groep. In een later stadium zijn er sommigen die ‘de deur achter zich dichttrekken’ en psychedelica laten voor wat ze zijn nadat zij zich serieus aan het Boeddhisme hebben gewijd, terwijl anderen ‘de deur open houden’ en het gebruik van psychedelica voortzetten naast hun beoefening van het Boeddhisme. Osto citeert uitgebreid uit de interviews die hij bij vele Boeddhisten heeft afgenomen en onderbouwt hiermee het eerder geuite standpunt dat er talloze tegengestelde meningen zijn. De geïnterviewden zijn het er desondanks over het algemeen over eens dat psychedelica een sleutelrol op hun pad hebben gespeeld en beoordelen deze zelden als inherent negatief.

Het laatste hoofdstuk gaat dieper in op het debat dat binnen het Boeddhisme leeft over veranderde bewustzijnstoestanden. De auteur wijst erop dat er zelfs in Boeddhistische teksten meerdere visies op dit onderwerp bestaan. Dit is het interessantste hoofdstuk van het boek, omdat het verder uitweidt over filosofische kwesties over waar ervaringen uit bestaan, wat veranderde bewustzijnstoestanden zijn (tip: zij zijn ook door meditatie op te wekken) en hoe een van de belangrijkste bepalingen binnen het Boeddhisme, namelijk onthouding van bedwelmende middelen (de vertaling uit het Pali is imperfect, waardoor de discussie nog complexer wordt), geïnterpreteerd dient te worden.

In het postscriptum, waarin Osto verslag doet van zijn eigen ervaringen met psychedelica en meditatie, worden de conclusies van het boek bekrachtigd. Door het delen van zijn persoonlijke ervaring laat hij zien hoe de besproken vraagstukken in het dagelijkse leven tot uiting komen. Het postscriptum geeft het boek een menselijk gezicht, dat zowel Boeddhisme als psychedelica goed gezind is.

Dit boek is vooral interessant voor mensen met een persoonlijke of academische interesse in Boeddhisme, aangezien het zich voornamelijk richt op de manier waarop Boeddhisten denken over psychedelica en deze wel of niet gebruiken voor hun spirituele groei. Het meer reflectieve gedeelte in de tweede helft van het boek is interessant voor eenieder die het spanningsveld tussen traditionele religie en veranderde bewustzijnstoestanden, door psychedelica of op andere wijze opgewekt, wil verkennen.

Koop dit boek via bookdepository.com en steun Stichting OPEN

Altered States: Buddhism and Psychedelic Spirituality in America

Osto_USBuddhismAltered States: Buddhism and Psychedelic Spirituality in America. Douglas Osto. Columbia University Press, 2016. ISBN 978-0231177306

Hoewel veel liefhebbers van psychedelica zeggen zich aangetrokken te voelen tot het Boeddhistisch gedachtengoed, is de overlap en het onderlinge verband tussen deze groep mensen en het formele Boeddhisme niet uitgebreid onderzocht. Dit boek doet een poging dat gat te dichten en is het eerste dat statistische onderzoeken combineert met een analyse van de verschillende manieren waarop mensen denken over de samenhang tussen deze twee. Het is, na William Richards’ Sacred Knowledge, de tweede monografie in een reeks over psychedelica die Colombia University Press publiceert.

Het boek maakt gebruik van informatie uit eerdere, minder formele onderzoeken van Tricycle Magazine, dat een speciale editie over Boeddhisme en psychedelica publiceerde, en van Zig Zag Zen, een door Allan Badiner geredigeerde op psychedelica en/of Boeddhisme geïnspireerde kunst- en essaycollectie, waarvan in 2015 een nieuwe geüpdatete editie verscheen. Het combineert data en standpunten die uit deze publicaties naar voren komen met informatie die de auteur heeft verzameld aan de hand van interviews en een enquête.

Het boek begint met het minst boeiende hoofdstuk, waarin dieper wordt ingegaan op de statistieken van de eerder genoemde onderzoeken. Het beeld ontstaat dat er een overlap is tussen mensen die psychedelica hebben gebruikt of nog steeds gebruiken, en mensen die zich op meer of minder formele wijze met Boeddhisme bezighouden. De auteur concludeert dat er binnen deze overlappende groep een spanningsveld bestaat tussen twee tegenstelde standpunten: zij die geloven dat de twee niet samengaan, ook al zijn zij dankzij psychedelica tot het Boeddhisme gekomen, en zij die geloven dat de twee complementair kunnen zijn.

In de volgende twee hoofdstukken gaat Osto verder in op de geschiedenis van deze twee stromingen in de Verenigde Staten vanaf ongeveer het midden van de twintigste eeuw. Beide stromingen hebben gelijkaardige paden gevolgd, waarbij een snelle, wijdverspreide aanhang werd gevolgd door een periode van schandalen, die eindigde in het herontdekken van hun basisprincipes. Voor degenen die bekend zijn met de geschiedenis van psychedelica (en/of het Boeddhisme) bieden deze hoofdstukken weinig nieuwe informatie, behalve dat het interessant is te zien dat er vanaf het begin raakvlakken zijn geweest. Sleutelfiguren van de ene stroming hadden vaak tevens een invloedrijke rol in de andere stroming.

Hierna volgen drie hoofdstukken die de rol bespreken van psychedelica voor Boeddhisten die deze gebruikt hebben. Osto zet de metafoor van een deur in om te beschrijven hoe sommige Boeddhisten ervaren dat psychedelica de deur naar hun religieuze pad hebben geopend. Dit wordt bijna universeel onderkend door de onderzochte groep. In een later stadium zijn er sommigen die ‘de deur achter zich dichttrekken’ en psychedelica laten voor wat ze zijn nadat zij zich serieus aan het Boeddhisme hebben gewijd, terwijl anderen ‘de deur open houden’ en het gebruik van psychedelica voortzetten naast hun beoefening van het Boeddhisme. Osto citeert uitgebreid uit de interviews die hij bij vele Boeddhisten heeft afgenomen en onderbouwt hiermee het eerder geuite standpunt dat er talloze tegengestelde meningen zijn. De geïnterviewden zijn het er desondanks over het algemeen over eens dat psychedelica een sleutelrol op hun pad hebben gespeeld en beoordelen deze zelden als inherent negatief.

Het laatste hoofdstuk gaat dieper in op het debat dat binnen het Boeddhisme leeft over veranderde bewustzijnstoestanden. De auteur wijst erop dat er zelfs in Boeddhistische teksten meerdere visies op dit onderwerp bestaan. Dit is het interessantste hoofdstuk van het boek, omdat het verder uitweidt over filosofische kwesties over waar ervaringen uit bestaan, wat veranderde bewustzijnstoestanden zijn (tip: zij zijn ook door meditatie op te wekken) en hoe een van de belangrijkste bepalingen binnen het Boeddhisme, namelijk onthouding van bedwelmende middelen (de vertaling uit het Pali is imperfect, waardoor de discussie nog complexer wordt), geïnterpreteerd dient te worden.

In het postscriptum, waarin Osto verslag doet van zijn eigen ervaringen met psychedelica en meditatie, worden de conclusies van het boek bekrachtigd. Door het delen van zijn persoonlijke ervaring laat hij zien hoe de besproken vraagstukken in het dagelijkse leven tot uiting komen. Het postscriptum geeft het boek een menselijk gezicht, dat zowel Boeddhisme als psychedelica goed gezind is.

Dit boek is vooral interessant voor mensen met een persoonlijke of academische interesse in Boeddhisme, aangezien het zich voornamelijk richt op de manier waarop Boeddhisten denken over psychedelica en deze wel of niet gebruiken voor hun spirituele groei. Het meer reflectieve gedeelte in de tweede helft van het boek is interessant voor eenieder die het spanningsveld tussen traditionele religie en veranderde bewustzijnstoestanden, door psychedelica of op andere wijze opgewekt, wil verkennen.

Koop dit boek via bookdepository.com en steun Stichting OPEN

Sacred Knowledge: Psychedelics and Religious Experiences

sacredknowledge

Sacred Knowledge. Psychedelics and Religious Experiences. William A. Richards. New York: Columbia University Press. ISBN: 9780231174060

William A. (Bill) Richards is een van de weinige nog in leven zijnde mensen die zowel betrokken waren bij de ‘eerste golf’ van onderzoek met psychedelica – in de jaren zestig en zeventig – als bij het huidige tijdperk van psychedelisch onderzoek. Het is dan ook moeilijk om zich iemand voor te stellen die beter geschikt is om te praten over de waarde van religieuze, spirituele of mystieke ervaringen, spontaan dan wel ingeleid door psychedelische substanties, dan Richards, met zijn formele opleiding in klinische psychologie, vergelijkende godsdienstleer, theologie en godsdienstpsychologie, alsook zijn persoonlijke ervaringen met psychedelische en mystieke bewustzijnstoestanden.

Zonder het specifiek te benoemen pakt Sacred Knowledge de draad op waar William James’ klassieker The Varieties of Religious Experience de lezer achterliet met vragen over mystieke ervaringen veroorzaakt door psychedelische substanties. Met slechts een enkele mislukte mescaline-poging en beperkte door lachgas geïnspireerde inzichten, wijdde James nooit een hoofdstuk aan exogeen opgeroepen mystieke bewustzijnstoestanden. Richards daarentegen wijdt hier een heel boek aan, en laat de lezer op eloquente wijze kennismaken met de vele facetten van door psychedelica opgewekte mystieke staten van bewustzijn. Sacred Knowledge is niet alleen een wetenschappelijk werk over de raakvlakken tussen psychedelica en mysticisme, maar ook een persoonlijke en professionele geschiedenis van Richards’ eigen verhouding met deze onderwerpen.

Na het geven van een historisch overzicht van onderzoek met psychedelica, en een nadere beschrijving van hoe hij zelf in deze materie verwikkeld raakte, schetst Richards een onderscheid tussen visionaire en mystieke bewustzijnstoestanden en wijdt hij een hoofdstuk aan elk van de essentiële kenmerken van mystieke ervaringen, zoals intuïtieve kennis van het goddelijke (ongeacht of men dat nu ‘God’, ‘Allah’, ‘Jahweh’, ‘Brahman’, ‘Celestial Buddha Fields’ of de ‘Leegte’ noemt), gevoelens van eenheid, en het onuitsprekelijke karakter van de ervaring (ook al beschrijft Richards dit toch op bewonderenswaardige wijze).

Hij snijdt een aantal gemeenschappelijke thema’s aan die doorheen de geschiedenis en in verschillende culturen door mystici worden beschreven, zoals de bewering dat liefde uiteindelijk aan de bron ligt van alles en dat het bewustzijn onverwoestbaar is. Richards slaagt erin deze onderwerpen te behandelen met academische nauwkeurigheid, zonder de in het boek beschreven waarden en inhoud van de ervaringen te depreciëren. De auteur schuwt evenmin de diepe metafysische, ontologische en existentiële vraagstukken, waarmee vele mensen die deze mystieke staten van bewustzijn ervaren hebben, worden geconfronteerd. Wat is de zin van het leven? Wat is God? Richards zet, om deze kwesties aan te gaan, net zo makkelijk Griekse filosofen uit de Oudheid in, als Bijbelse referenties zoals de bekering van Paulus op weg naar Damascus, of Dante’s Divina Commedia, alsook referenties naar zijn persoonlijke ervaringen, of de woorden van patiënten op hun sterfbed.

Het derde deel concentreert zich op (inter)persoonlijke aspecten, zoals het belang van vertrouwen voor het mogelijk maken van een weldadige ervaring. Het behandelt ook moeilijkere ervaringen zoals angst, spanning en wanhoop, en hoe hiermee om te gaan. Richards staat stil bij de dood en hoe daar in het Westen mee wordt omgegaan, en wijdt een hoofdstuk aan wat mogelijk de grootste uitdaging is inzake uiterst diepzinnige ervaringen: hoe de hieruit verkregen inzichten volledig te verwerken in het dagelijkse leven. Hij komt met richtsnoeren over hoe men gunstige ervaringen kan maximaliseren en hoe men mogelijke risico’s kan beperken. In deel IV geeft Richards een overzicht van hedendaags onderzoek en ook richtingen voor toekomstige studies naar de mogelijke toepassingen van psychedelische stoffen in onderwijs, geneeskunde en religie. Aan het einde van het boek deelt hij een aantal door de jaren heen vergaarde inzichten, en is tevens een uitgebreide playlist te vinden van muziek die tijdens vele psychedelische sessies is gebruikt, waar door honderden deelnemers naar is geluisterd, en die door decennialang onderzoek is geperfectioneerd, twee heerlijke bonussen.

Door zijn enorme ervaring in het omgaan met alternatieve bewustzijnstoestanden (‘alternative’ in het Engels; hij verkiest dit boven het vaak gebruikte ‘altered’, wat ‘gewijzigd’ betekent, red.), in het begeleiden van vrijwilligers, patiënten en onderzoeksdeelnemers doorheen deze staten, en in het trachten te doorgronden van deze diepgaande veranderingen in het bewustzijn, is Richards een vriendelijke, doch kritische, waarnemer geworden. Hij geeft een overvloed aan bewijs voor zijn hoofdstelling, namelijk dat psychedelica, wanneer deze aan goed voorbereide mensen worden gegeven, in een setting van behulpzaamheid en vertrouwen, en onder begeleiding van een ervaren en invoelende gids, steevast tastbare en gunstige effecten geven.

Het is moeilijk om je iemand voor te stellen die beter dan Bill Richards geschikt is als pleitbezorger van psychedelicagebruik voor het bevorderen van spiritueel, psychologisch of educatief welzijn. De schat aan waardevolle ervaringen, expertise, kennis en begrip die Richards over de jaren heen heeft verzameld en die hij met ons deelt in Sacred Knowledge, maakt dit werk erg waardevol en een genot om te lezen. Het prachtige en subtiele omslagontwerp bij deze hardcover-editie (zeker niet onbelangrijk) draagt hier ontegenzeggelijk bij aan de leeservaring. Weinig mensen zouden Sacred Knowledge geschreven kunnen hebben, en nog minder zo welbespraakt als Richards dat heeft gedaan. Het is een absolute aanrader voor eenieder die een interesse heeft in mystieke ervaringen of de mogelijke toepassingen van psychedelische substanties, maar het is waarschijnlijk net zo relevant voor goedgeïnformeerde academici met een interesse in diepe, mogelijk levensveranderende, alternatieve bewustzijnstoestanden.

Koop dit boek via bookdepository.com en steun daarmee Stichting OPEN.
Lees hier ons interview met Bill Richards.

[Boekrecensie] Sacred Knowledge: Psychedelics and Religious Experiences

sacredknowledge

Sacred Knowledge. Psychedelics and Religious Experiences. William A. Richards. New York: Columbia University Press. ISBN: 9780231174060

William A. (Bill) Richards is een van de weinige nog in leven zijnde mensen die zowel betrokken waren bij de ‘eerste golf’ van onderzoek met psychedelica – in de jaren zestig en zeventig – als bij het huidige tijdperk van psychedelisch onderzoek. Het is dan ook moeilijk om zich iemand voor te stellen die beter geschikt is om te praten over de waarde van religieuze, spirituele of mystieke ervaringen, spontaan dan wel ingeleid door psychedelische substanties, dan Richards, met zijn formele opleiding in klinische psychologie, vergelijkende godsdienstleer, theologie en godsdienstpsychologie, alsook zijn persoonlijke ervaringen met psychedelische en mystieke bewustzijnstoestanden.

Zonder het specifiek te benoemen pakt Sacred Knowledge de draad op waar William James’ klassieker The Varieties of Religious Experience de lezer achterliet met vragen over mystieke ervaringen veroorzaakt door psychedelische substanties. Met slechts een enkele mislukte mescaline-poging en beperkte door lachgas geïnspireerde inzichten, wijdde James nooit een hoofdstuk aan exogeen opgeroepen mystieke bewustzijnstoestanden. Richards daarentegen wijdt hier een heel boek aan, en laat de lezer op eloquente wijze kennismaken met de vele facetten van door psychedelica opgewekte mystieke staten van bewustzijn. Sacred Knowledge is niet alleen een wetenschappelijk werk over de raakvlakken tussen psychedelica en mysticisme, maar ook een persoonlijke en professionele geschiedenis van Richards’ eigen verhouding met deze onderwerpen.

Na het geven van een historisch overzicht van onderzoek met psychedelica, en een nadere beschrijving van hoe hij zelf in deze materie verwikkeld raakte, schetst Richards een onderscheid tussen visionaire en mystieke bewustzijnstoestanden en wijdt hij een hoofdstuk aan elk van de essentiële kenmerken van mystieke ervaringen, zoals intuïtieve kennis van het goddelijke (ongeacht of men dat nu ‘God’, ‘Allah’, ‘Jahweh’, ‘Brahman’, ‘Celestial Buddha Fields’ of de ‘Leegte’ noemt), gevoelens van eenheid, en het onuitsprekelijke karakter van de ervaring (ook al beschrijft Richards dit toch op bewonderenswaardige wijze).

Hij snijdt een aantal gemeenschappelijke thema’s aan die doorheen de geschiedenis en in verschillende culturen door mystici worden beschreven, zoals de bewering dat liefde uiteindelijk aan de bron ligt van alles en dat het bewustzijn onverwoestbaar is. Richards slaagt erin deze onderwerpen te behandelen met academische nauwkeurigheid, zonder de in het boek beschreven waarden en inhoud van de ervaringen te depreciëren. De auteur schuwt evenmin de diepe metafysische, ontologische en existentiële vraagstukken, waarmee vele mensen die deze mystieke staten van bewustzijn ervaren hebben, worden geconfronteerd. Wat is de zin van het leven? Wat is God? Richards zet, om deze kwesties aan te gaan, net zo makkelijk Griekse filosofen uit de Oudheid in, als Bijbelse referenties zoals de bekering van Paulus op weg naar Damascus, of Dante’s Divina Commedia, alsook referenties naar zijn persoonlijke ervaringen, of de woorden van patiënten op hun sterfbed.

Het derde deel concentreert zich op (inter)persoonlijke aspecten, zoals het belang van vertrouwen voor het mogelijk maken van een weldadige ervaring. Het behandelt ook moeilijkere ervaringen zoals angst, spanning en wanhoop, en hoe hiermee om te gaan. Richards staat stil bij de dood en hoe daar in het Westen mee wordt omgegaan, en wijdt een hoofdstuk aan wat mogelijk de grootste uitdaging is inzake uiterst diepzinnige ervaringen: hoe de hieruit verkregen inzichten volledig te verwerken in het dagelijkse leven. Hij komt met richtsnoeren over hoe men gunstige ervaringen kan maximaliseren en hoe men mogelijke risico’s kan beperken. In deel IV geeft Richards een overzicht van hedendaags onderzoek en ook richtingen voor toekomstige studies naar de mogelijke toepassingen van psychedelische stoffen in onderwijs, geneeskunde en religie. Aan het einde van het boek deelt hij een aantal door de jaren heen vergaarde inzichten, en is tevens een uitgebreide playlist te vinden van muziek die tijdens vele psychedelische sessies is gebruikt, waar door honderden deelnemers naar is geluisterd, en die door decennialang onderzoek is geperfectioneerd, twee heerlijke bonussen.

Door zijn enorme ervaring in het omgaan met alternatieve bewustzijnstoestanden (‘alternative’ in het Engels; hij verkiest dit boven het vaak gebruikte ‘altered’, wat ‘gewijzigd’ betekent, red.), in het begeleiden van vrijwilligers, patiënten en onderzoeksdeelnemers doorheen deze staten, en in het trachten te doorgronden van deze diepgaande veranderingen in het bewustzijn, is Richards een vriendelijke, doch kritische, waarnemer geworden. Hij geeft een overvloed aan bewijs voor zijn hoofdstelling, namelijk dat psychedelica, wanneer deze aan goed voorbereide mensen worden gegeven, in een setting van behulpzaamheid en vertrouwen, en onder begeleiding van een ervaren en invoelende gids, steevast tastbare en gunstige effecten geven.

Het is moeilijk om je iemand voor te stellen die beter dan Bill Richards geschikt is als pleitbezorger van psychedelicagebruik voor het bevorderen van spiritueel, psychologisch of educatief welzijn. De schat aan waardevolle ervaringen, expertise, kennis en begrip die Richards over de jaren heen heeft verzameld en die hij met ons deelt in Sacred Knowledge, maakt dit werk erg waardevol en een genot om te lezen. Het prachtige en subtiele omslagontwerp bij deze hardcover-editie (zeker niet onbelangrijk) draagt hier ontegenzeggelijk bij aan de leeservaring. Weinig mensen zouden Sacred Knowledge geschreven kunnen hebben, en nog minder zo welbespraakt als Richards dat heeft gedaan. Het is een absolute aanrader voor eenieder die een interesse heeft in mystieke ervaringen of de mogelijke toepassingen van psychedelische substanties, maar het is waarschijnlijk net zo relevant voor goedgeïnformeerde academici met een interesse in diepe, mogelijk levensveranderende, alternatieve bewustzijnstoestanden.

Koop dit boek via bookdepository.com en steun daarmee Stichting OPEN.
Lees hier ons interview met Bill Richards.

Therapy with Substance: Psycholytic psychotherapy in the twenty-first century

Therapy with substanceTherapy with Substance: Psycholytic psychotherapy in the twenty first century door Dr Friederike Meckel Fischer, Muswell Hill Press, 2015.

Daar waar psychotherapie en psychedelica overlappen, zijn er twee belangrijke scholen: die van de psychedelische therapie, die in de VS het meest populair is en probeert om mensen middels een zeer beperkt aantal sessies en hoge dosissen een complete mystieke ervaring te geven. Op deze manier wordt er geprobeerd om mensen te helpen hun problemen op te lossen of hen een bepaalde staat van bewustzijn te doen bereiken die ervoor zorgt dat hun leven positief verandert. De therapeut blijft doorgaans stil tijdens de psychedelische sessies en laat gebeuren wat zich aandient. Bij psycholytische therapie, aan de andere kant, zijn er over het algemeen meer sessies, hanteert men lagere doseringen van een psychedelische substantie, en probeert men om de oorzaken van de problemen in iemands leven naar boven te brengen. Door hierop in te gaan en erover te praten tijdens de ervaring ontstaat er inzicht en worden de problemen opgelost. Deze benadering was voornamelijk populair in Europa en vindt vandaag de dag nog op onofficiële wijze plaats.

Dr. Meckel Fischer is een arts die veel verschillende manieren van genezing heeft onderzocht, onder andere Holotropic Breathwork met Stanislav Grof en psycholytische therapie met de Zwitserse medische vereniging voor psycholytische therapie (SAEPT) onder begeleiding van Samuel Widmer. Ze beoefende een tijdlang psycholytische therapie (wat op dat moment illegaal was geworden), totdat een van haar cliënten haar aangaf bij de politie. Ze moest in Zwitserland voor de rechtbank verschijnen en werd veroordeeld. Dit maakte het voor haar mogelijk om haar ervaringen te beschrijven zonder angst om opnieuw te worden veroordeeld. Het resultaat is een boek met een fascinerend persoonlijk verhaal over de manier waarop ze zelf heeft geleerd van psycholytische therapie en over de inzichten die ze heeft verworven tijdens haar vele jaren ervaring met het behandelen van mensen.

De eerste drie hoofdstukken gaan over Dr. Meckel Fischer’s persoonlijke weg naar genezing en inzicht door verschillende soorten therapie na een diepe crisis in een van haar relaties. Ze begon met reguliere cognitieve therapie, maar ruilde die snel in voor dieptepsychologie en vervolgens voor transpersoonlijke psychotherapie met de hulp van holotropisch ademwerk onder begeleiding van Grof. Op een gegeven moment wees Grof haar in de richting van therapie met psychedelische stoffen en volgde ze deze. Naar buiten toe stelde ze dat ze het slechts om professionele redenen deed, terwijl ze er op het zelfde moment achter kwam dat het ook voor haar persoonlijk erg behulpzaam was.

De auteur gaat verder met een korte beschrijving van wat psychotherapie volgens haar betekent. Ze benadrukt dat er een motivatie moet zijn om te veranderen, maar dat deze verandering alleen kan worden geïnitieerd als het onbewuste materiaal naar de oppervlakte wordt gelaten. Effectieve therapie en duurzame verandering kunnen alleen plaatsvinden als de kern van het probleem wordt aangeboord, wat betekent dat de onbewuste en voorbewuste oorzaken, die zich bevinden in de transpersoonlijke en perinatale domeinen die Grof benadrukt, worden toegelaten tot het bewustzijn om geïntegreerd te worden. Meckel Fischer denkt dat traditionele psychotherapie niet op dit niveau werkt en daardoor slechts zelden effectief is in de behandeling van diepere problemen.

Vervolgens beschrijft ze de verschillende stoffen die in de psycholytische therapie worden gebruikt, en laat ze zien hoe die allemaal zowel unieke als universele eigenschappen hebben. Ze erkent dat mensen kunnen en moeten leren werken met deze stoffen en dat de eerste sessies richting en doelmatigheid kunnen missen. Met de tijd en ervaring krijgen de sessies meer focus en leren mensen hoe ze meer doelbewust toegang kunnen krijgen tot hun onbewuste. Meckel Fischer is van mening dat iedere gids in een psycholytische therapeutische sessie de stof samen met de patiënt zou moeten nemen, omdat dit hem helpt om te voelen wat er omgaat in de deelnemer: “Een berggids kan een wandelaar niet leiden door een gebied dat hij niet persoonlijk heeft verkend”. Ze heeft overtuigende argumenten voor deze manier van denken, die vanuit een westers medisch perspectief controversieel kunnen overkomen.

Meckel Fischer beschrijft een aantal hulpmiddelen die de gids kunnen helpen tijdens de psycholytische therapie. Deze middelen zijn vrij specifiek voor haar, omdat ze geënt zijn op haar professionele ervaring en achtergrond, maar ze kunnen tot op zekere hoogte worden gegeneraliseerd. Eronder vallen: de therapeut, de stof, gezinswerk, live-body-work, de groep en muziek. Al deze aspecten beïnvloeden de ervaring en sommige ervan kunnen worden gebruikt om een intern proces bij de patiënt op gang te trekken of te verdiepen. Deze middelen worden ingezet tijdens de hele duur van de sessie. De reeks sessies beweegt een persoon door verschillende fases: van beginner tot gevorderde, van het begin van de weg naar zelfherkenning tot het kennen van de weg en de mogelijkheid vinden om zelf verder te gaan.

Verder laat ze ook de verschillende stappen zien die worden gevolgd om het diepe onbewuste materiaal te integreren, vanaf het therapeutische kernprobleem, door de psychosomatiek, epigenetische en perinatale ervaringen, tot aan de spirituele ervaringen. Meckel Fischer geeft veel voorbeelden en laat zien hoezeer de verhalen van de mensen die ze heeft begeleid passen binnen de stappen die ze opsomt. Het lijkt een universeel proces te zijn dat lijkt op de heldenreis, die werd gepopulariseerd door Joseph Campbell.

De auteur eindigt met een discussie over de gevaren en bijwerkingen van de psychoactieve stoffen in de psycholytische therapie. Een van de meest belangrijke gevaren is natuurlijk de illegaliteit, ook al gelooft ze dat dit onder bepaalde omstandigheden de deelnemers kan helpen om verantwoordelijkheid te nemen in het proces waar ze aan deelnemen. Kort brengt ze het psycholytisch therapeutisch proces in verband met sjamanisme, genezing en spiritualiteit, maar gaat niet echt diep in op deze ideeën. In de conclusie geeft ze hints naar wat er voorbij de psycholytische therapie ligt: iets wat geen therapie meer is, maar wat ons wereldbeeld heelt en ons meer integreert in onze omgeving en onze manier van kijken holistischer maakt.

Soms wordt de indruk gewekt dat de auteur al te gemakkelijk claimt dat haar persoonlijke ervaringen met bepaalde stoffen universeel zijn; dit is in het bijzonder te merken in de beschrijving van de effecten van de verschillende stoffen. In andere gevallen erkent ze dat haar ervaring haar eigen is, maar over het algemeen is de toon van de eerste voorbeelden zo dat het lijkt alsof ze het toch anders ziet. Meckel Fischer heeft het over een enkele manier waarop psycholytische therapie geconceptualiseerd en bedreven kan worden, en lijkt niet in te zien dat andere methodes mogelijk zijn. Toch klinkt de wijsheid in het boek oprecht. Er zijn kleine pareltjes van wijsheid waarvan men realiseert dat er een diepere waarheid achter schuilt, zoals: “De intentie zoals deze wordt geuit op de avond voor de sessie is de eerste stap in het proces van integratie”. Andere lijken tegengesteld aan het idee dat een enkele sessie genoeg zou zijn: “De vaardigheid om ‘onder invloed’ te zijn, en te leren om in die toestand het innerlijke zelf op geconcentreerde en gedisciplineerde wijze gade te slaan, neemt toe naarmate men oefent.”

Al met al biedt het boek een boeiende kijk op een veelbelovende manier waarop psychedelica gebruikt kunnen worden. Deze benadering zou vrij gemakkelijk in onze maatschappij kunnen worden geïntegreerd, omdat ze ingebouwde mechanismen bevat die de risico’s minimaliseren en de positieve resultaten optimaliseren, en bovendien medisch en psychologisch toezicht inhoudt. Het is een actueel boek, dat kan helpen om het vak van psycholytische therapie te institutionaliseren in iets wat geleerd, beoefend en aan anderen kan worden onderwezen door ervaring. Meckel Fischer pleit er ook overtuigend voor dat ervaren beoefenaars nieuwelingen zouden helpen. Ook worden stoornissen op een meer integrale en holistische wijze bekeken, wat laat zien dat niemand compleet mentaal gezond of gestoord is, maar dat iedereen baat kan hebben bij diepgaande therapie. Het is een boek voor al wie geïnteresseerd is in het doen van serieus therapeutisch werk met psychedelica, ofwel alleen, of – wanneer de juridische restricties worden opgeheven – in de vorm van individuele of groepstherapie.

Koop dit boek via bookdepository.com en steun daarmee stichting OPEN

[Boekrecensie] Therapy with Substance: Psycholytic psychotherapy in the twenty first century

Therapy with substanceTherapy with Substance: Psycholytic psychotherapy in the twenty first century door Dr Friederike Meckel Fischer, Muswell Hill Press, 2015.

Daar waar psychotherapie en psychedelica overlappen, zijn er twee belangrijke scholen: die van de psychedelische therapie, die in de VS het meest populair is en probeert om mensen middels een zeer beperkt aantal sessies en hoge dosissen een complete mystieke ervaring te geven. Op deze manier wordt er geprobeerd om mensen te helpen hun problemen op te lossen of hen een bepaalde staat van bewustzijn te doen bereiken die ervoor zorgt dat hun leven positief verandert. De therapeut blijft doorgaans stil tijdens de psychedelische sessies en laat gebeuren wat zich aandient. Bij psycholytische therapie, aan de andere kant, zijn er over het algemeen meer sessies, hanteert men lagere doseringen van een psychedelische substantie, en probeert men om de oorzaken van de problemen in iemands leven naar boven te brengen. Door hierop in te gaan en erover te praten tijdens de ervaring ontstaat er inzicht en worden de problemen opgelost. Deze benadering was voornamelijk populair in Europa en vindt vandaag de dag nog op onofficiële wijze plaats.

Dr. Meckel Fischer is een arts die veel verschillende manieren van genezing heeft onderzocht, onder andere Holotropic Breathwork met Stanislav Grof en psycholytische therapie met de Zwitserse medische vereniging voor psycholytische therapie (SAEPT) onder begeleiding van Samuel Widmer. Ze beoefende een tijdlang psycholytische therapie (wat op dat moment illegaal was geworden), totdat een van haar cliënten haar aangaf bij de politie. Ze moest in Zwitserland voor de rechtbank verschijnen en werd veroordeeld. Dit maakte het voor haar mogelijk om haar ervaringen te beschrijven zonder angst om opnieuw te worden veroordeeld. Het resultaat is een boek met een fascinerend persoonlijk verhaal over de manier waarop ze zelf heeft geleerd van psycholytische therapie en over de inzichten die ze heeft verworven tijdens haar vele jaren ervaring met het behandelen van mensen.

De eerste drie hoofdstukken gaan over Dr. Meckel Fischer’s persoonlijke weg naar genezing en inzicht door verschillende soorten therapie na een diepe crisis in een van haar relaties. Ze begon met reguliere cognitieve therapie, maar ruilde die snel in voor dieptepsychologie en vervolgens voor transpersoonlijke psychotherapie met de hulp van holotropisch ademwerk onder begeleiding van Grof. Op een gegeven moment wees Grof haar in de richting van therapie met psychedelische stoffen en volgde ze deze. Naar buiten toe stelde ze dat ze het slechts om professionele redenen deed, terwijl ze er op het zelfde moment achter kwam dat het ook voor haar persoonlijk erg behulpzaam was.

De auteur gaat verder met een korte beschrijving van wat psychotherapie volgens haar betekent. Ze benadrukt dat er een motivatie moet zijn om te veranderen, maar dat deze verandering alleen kan worden geïnitieerd als het onbewuste materiaal naar de oppervlakte wordt gelaten. Effectieve therapie en duurzame verandering kunnen alleen plaatsvinden als de kern van het probleem wordt aangeboord, wat betekent dat de onbewuste en voorbewuste oorzaken, die zich bevinden in de transpersoonlijke en perinatale domeinen die Grof benadrukt, worden toegelaten tot het bewustzijn om geïntegreerd te worden. Meckel Fischer denkt dat traditionele psychotherapie niet op dit niveau werkt en daardoor slechts zelden effectief is in de behandeling van diepere problemen.

Vervolgens beschrijft ze de verschillende stoffen die in de psycholytische therapie worden gebruikt, en laat ze zien hoe die allemaal zowel unieke als universele eigenschappen hebben. Ze erkent dat mensen kunnen en moeten leren werken met deze stoffen en dat de eerste sessies richting en doelmatigheid kunnen missen. Met de tijd en ervaring krijgen de sessies meer focus en leren mensen hoe ze meer doelbewust toegang kunnen krijgen tot hun onbewuste. Meckel Fischer is van mening dat iedere gids in een psycholytische therapeutische sessie de stof samen met de patiënt zou moeten nemen, omdat dit hem helpt om te voelen wat er omgaat in de deelnemer: “Een berggids kan een wandelaar niet leiden door een gebied dat hij niet persoonlijk heeft verkend”. Ze heeft overtuigende argumenten voor deze manier van denken, die vanuit een westers medisch perspectief controversieel kunnen overkomen.

Meckel Fischer beschrijft een aantal hulpmiddelen die de gids kunnen helpen tijdens de psycholytische therapie. Deze middelen zijn vrij specifiek voor haar, omdat ze geënt zijn op haar professionele ervaring en achtergrond, maar ze kunnen tot op zekere hoogte worden gegeneraliseerd. Eronder vallen: de therapeut, de stof, gezinswerk, live-body-work, de groep en muziek. Al deze aspecten beïnvloeden de ervaring en sommige ervan kunnen worden gebruikt om een intern proces bij de patiënt op gang te trekken of te verdiepen. Deze middelen worden ingezet tijdens de hele duur van de sessie. De reeks sessies beweegt een persoon door verschillende fases: van beginner tot gevorderde, van het begin van de weg naar zelfherkenning tot het kennen van de weg en de mogelijkheid vinden om zelf verder te gaan.

Verder laat ze ook de verschillende stappen zien die worden gevolgd om het diepe onbewuste materiaal te integreren, vanaf het therapeutische kernprobleem, door de psychosomatiek, epigenetische en perinatale ervaringen, tot aan de spirituele ervaringen. Meckel Fischer geeft veel voorbeelden en laat zien hoezeer de verhalen van de mensen die ze heeft begeleid passen binnen de stappen die ze opsomt. Het lijkt een universeel proces te zijn dat lijkt op de heldenreis, die werd gepopulariseerd door Joseph Campbell.

De auteur eindigt met een discussie over de gevaren en bijwerkingen van de psychoactieve stoffen in de psycholytische therapie. Een van de meest belangrijke gevaren is natuurlijk de illegaliteit, ook al gelooft ze dat dit onder bepaalde omstandigheden de deelnemers kan helpen om verantwoordelijkheid te nemen in het proces waar ze aan deelnemen. Kort brengt ze het psycholytisch therapeutisch proces in verband met sjamanisme, genezing en spiritualiteit, maar gaat niet echt diep in op deze ideeën. In de conclusie geeft ze hints naar wat er voorbij de psycholytische therapie ligt: iets wat geen therapie meer is, maar wat ons wereldbeeld heelt en ons meer integreert in onze omgeving en onze manier van kijken holistischer maakt.

Soms wordt de indruk gewekt dat de auteur al te gemakkelijk claimt dat haar persoonlijke ervaringen met bepaalde stoffen universeel zijn; dit is in het bijzonder te merken in de beschrijving van de effecten van de verschillende stoffen. In andere gevallen erkent ze dat haar ervaring haar eigen is, maar over het algemeen is de toon van de eerste voorbeelden zo dat het lijkt alsof ze het toch anders ziet. Meckel Fischer heeft het over een enkele manier waarop psycholytische therapie geconceptualiseerd en bedreven kan worden, en lijkt niet in te zien dat andere methodes mogelijk zijn. Toch klinkt de wijsheid in het boek oprecht. Er zijn kleine pareltjes van wijsheid waarvan men realiseert dat er een diepere waarheid achter schuilt, zoals: “De intentie zoals deze wordt geuit op de avond voor de sessie is de eerste stap in het proces van integratie”. Andere lijken tegengesteld aan het idee dat een enkele sessie genoeg zou zijn: “De vaardigheid om ‘onder invloed’ te zijn, en te leren om in die toestand het innerlijke zelf op geconcentreerde en gedisciplineerde wijze gade te slaan, neemt toe naarmate men oefent.”

Al met al biedt het boek een boeiende kijk op een veelbelovende manier waarop psychedelica gebruikt kunnen worden. Deze benadering zou vrij gemakkelijk in onze maatschappij kunnen worden geïntegreerd, omdat ze ingebouwde mechanismen bevat die de risico’s minimaliseren en de positieve resultaten optimaliseren, en bovendien medisch en psychologisch toezicht inhoudt. Het is een actueel boek, dat kan helpen om het vak van psycholytische therapie te institutionaliseren in iets wat geleerd, beoefend en aan anderen kan worden onderwezen door ervaring. Meckel Fischer pleit er ook overtuigend voor dat ervaren beoefenaars nieuwelingen zouden helpen. Ook worden stoornissen op een meer integrale en holistische wijze bekeken, wat laat zien dat niemand compleet mentaal gezond of gestoord is, maar dat iedereen baat kan hebben bij diepgaande therapie. Het is een boek voor al wie geïnteresseerd is in het doen van serieus therapeutisch werk met psychedelica, ofwel alleen, of – wanneer de juridische restricties worden opgeheven – in de vorm van individuele of groepstherapie.

Koop dit boek via bookdepository.com en steun daarmee stichting OPEN

Seeking the Sacred with Psychoactive Substances (Volume 2)

Ellens_fullSeeking the Sacred with Psychoactive Substances: Chemical Paths to Spirituality and to God, Volume 2: Insights, Arguments, and Controversies, geredigeerd door J. Harold Ellens, Praeger, 2014.

 Dit is het tweede en laatste deel van de recensie van deze publicatie in de Psychology, Religion and Spirituality Series uitgegeven door Praeger. Lees hier het eerste deel.

Waar het eerste deel bestaat uit historische voorbeelden en analyses, omvat het tweede deel een collectie essays die reflecteren op het recente onderzoek naar de spirituele aspecten van de psychedelische ervaring vanuit een groot scala van disciplines. Een aantal van de theoretische problemen die het onderzoek naar spirituele ervaringen door psychedelicagebruik met zich meebrengt worden ook aangekaart.

De eerste drie hoofdstukken zijn geschreven door wetenschappers die deel uitmaken van de Johns Hopkins-groep die onderzoek doet naar mystieke ervaringen veroorzaakt door psilocybine. William Richards reflecteert op de problemen met het bestuderen van mystieke ervaringen in een klinische omgeving en hoe entheogenen een optie zijn om deze ervaringen beter te begrijpen. Hij laat zien dat ze onderdeel kunnen zijn van een genezingsprogramma voor patiënten die lijden aan angst voor de (nabije) dood, verslaving, depressie of angsten. Hij gaat ook in op een van de terugkerende thema’s in dit deel: de vraag of de mystieke ervaringen die voortkomen uit het gebruik van psychedelica wel authentiek zijn. Robert Jesse en Roland Griffiths geven een overzicht van het onderzoek dat aan Johns Hopkins is gedaan met meer dan 200 vrijwilligers met verschillende achtergronden. Ze gaan in op de relatie tussen de mystieke ervaring en de langetermijneffecten ervan op persoonlijkheid en de zelfverklaarde spirituele significantie van de ervaring.

Er zijn ook een aantal antropologische essays over het gebruik van psychedelica in moderne religieuze en sjamanistische settings. Joseph Calabrese analyseert het therapeutische gebruik van peyote in de Native American Church, en laat zien hoe bewustzijnsverandering voor de Navajo diep verbonden is met het spirituele en het therapeutische. Dit komt vaker voor bij niet-Westerse culturen. Evgeni Fotiou geeft een overzicht van de redenen waarom mensen naar de Amazone reizen om deel te nemen aan een ayahuascaretraite, en laat zien dat zulke toeristen op zoek zijn naar een diepgaande ervaring en hun reis als een soort bedevaart ervaren. Ze zijn op zoek naar persoonlijke transformatie en genezing en geven blijk van een kijk op spiritualiteit die net als die van de Native American Church zowel door genezing als transformatie wordt gekenmerkt.

Beatriz Labate en Rosa Melo schrijven over de verhouding tussen een georganiseerde ayahuascareligie, de União do Vegetal (UDV), en wetenschappelijk onderzoek. De UDV is actief betrokken bij het onderzoek naar de therapeutische eigenschappen van Hoasca, de term die zij gebruiken voor het drankje. Dit hoofdstuk is een recensie van een boek dat ze hebben gepubliceerd en een reflectie op hun motieven om dat te doen, en het laat zien hoe de wetenschap zowel wordt gevormd door de overtuigingen van de groep en tegelijkertijd die overtuigingen ontwikkelt. De wetenschappelijke inzichten versterken het wereldbeeld van de groep.

Een ouder essay van Walter Pahnke en William Richards, dat werd opgediept en herdrukt uit een tijd toen het gebruik van psychedelica nog niet illegaal was, laat de beloftes zien die deze stoffen ooit inhielden voor de wetenschap en de maatschappij en weerspiegelt daarmee het idealisme dat voortkwam uit de psychedelische wetenschap van de jaren 60. Het anekdotische hoofdstuk dat volgt is een vervlochten persoonlijke geschiedenis van Zalman Schachter-Shalomi en Stanley Krippner. Het laat een interessant beeld zien van het tijdperk en een aantal van haar sleutelfiguren.

Vervolgens lezen we drie hoofdstukken over de echtheid van psychedelisch mysticisme. Roger Walsh stelt dat deze ervaringen authentiek zijn en dat psychedelica, onder sommige omstandigheden en door bepaalde personen, gebruikt kunnen worden om een mystieke staat van bewustzijn te bereiken. Ralph Hood duikt dieper in de wetenschap van het meten van mysticisme en laat zien dat het, met de meest uitgebreide evaluatieschalen die we hebben ontwikkeld, onmogelijk is om psychedelisch mysticisme van andere typen mysticisme te onderscheiden. In een prachtig essay probeert Dan Merkur de mystieke ervaring in kaart te brengen, waarbij hij laat zien dat de ervaring gekleurd wordt door geloofsovertuigingen (‘beliefs’) en over- of bovengeloof (‘overbeliefs’), een bijzonder inzichtelijke term die hij leent van William James. Hij stelt dat dergelijke interpretatie je wegleidt van de kern van de mystieke ervaring en dichter brengt bij de culturele omgeving waarin je handelt.

David Steindl-Rast brengt een soortgelijke stelling. De mystieke kern van religie is volgens hem overal hetzelfde en lokale interpretaties hebben de neiging om religie te verstarren en de beleefde ervaring te herleiden tot dogmatisch moralisme. Volgens hem daagt de mystieke ervaring altijd de religieuze status quo uit wanneer deze in dogmatisme is vervallen.

De volgende vier hoofdstukken kunnen worden gezien als interpretaties van de mystieke ervaring. Christopher Bache vertelt een zeer persoonlijk verhaal over zijn ervaring met dood en wedergeboorte onder de invloed van psychedelica, en heeft het over de inzichten en de groei die door deze ervaringen mogelijk werden gemaakt. Hier wordt vervolgens op voortgegaan door Anthony Bossis, die onderzoek doet naar het gebruik van psilocybine en de mystieke ervaring om existentiële nood te verlichten bij stervende mensen, waarbij hij stelt dat de betekenis die door spiritualiteit wordt verstrekt essentieel is om vrede te hebben met je eigen dood.

In een kort essay geeft Thomas Robert een overzicht van het werk rond de perinatale theorie van Stanislav Grof, die in het volgende hoofdstuk schrijft over de invloed van psychedelica op het gebied van wetenschap en therapie. Dit hoofdstuk staat op een lijn met dat van Steindl-Rast, omdat het laat zien hoe de psychedelische ervaring bepaalde dogmatische delen van de academische wereld door elkaar schudt en nieuwe inzichten kan brengen.

Het voorlaatste hoofdstuk van David Yaden en Andrew Newberg gaat over transcendente ervaringen die zonder psychedelica worden teweeggebracht en over de andere klassieke manieren waarop veranderde bewustzijnsstaten kunnen worden bereikt. Ze concentreren zich op het ontluikende gebied van niet-invasieve hersenstimulatie en laten zien hoe zulke technieken een radicale ommekeer zullen teweegbrengen in de manier waarop we denken over spiritualiteit aan de ene kant en genezing en therapie aan de andere kant.

In het laatste hoofdstuk gaat Robert Fuller dieper in op de argumenten voor en tegen de authenticiteit van chemische verlichting, en stelt dat de argumenten tegen dit idee slechts deels waar zijn. Vervolgens verbindt hij deze discussie aan die rondom de legaliteit van psychedelica en hun spirituele toepassingen. Hij sluit het boek af met een oproep tot spirituele volwassenheid, en laat zien dat we een bepaalde vorm van spiritualiteit slechts kunnen beoordelen op de manier waarop mensen erdoor veranderen en de mate waarin deze transformatie goed voor hen persoonlijk en voor de samenleving als geheel is.

Al met al biedt dit tweede deel stof tot nadenken. Het toont zowel de mogelijkheden als de grenzen van psychedelische spiritualiteit en zet ons aan om te blijven zoeken naar een beter begrip van zowel de psychedelische ervaring als van bewustzijn in het algemeen. Veel essays benadrukken of gaan er impliciet van uit dat de mystieke ervaring de gemeenschappelijke kern is voor alle religies, wat al vaker is gezegd, maar de literatuur die dit idee bekritiseert is hier opmerkelijk afwezig.

De twee delen geven samen een overzicht van en een reflectie op de verschillende manieren waarop psychoactieve stoffen werden en worden gebruikt binnen een spirituele en religieuze context. Het is de meest uitvoerige academische publicatie over dit onderwerp tot nu toe en zal de komende jaren veel invloed hebben op de discussies erover.

[Boekrecensie] Seeking the Sacred with Psychoactive Substances (Volume 2)

Ellens_fullSeeking the Sacred with Psychoactive Substances: Chemical Paths to Spirituality and to God, Volume 2: Insights, Arguments, and Controversies, geredigeerd door J. Harold Ellens, Praeger, 2014.

 Dit is het tweede en laatste deel van de recensie van deze publicatie in de Psychology, Religion and Spirituality Series uitgegeven door Praeger. Lees hier het eerste deel.

Waar het eerste deel bestaat uit historische voorbeelden en analyses, omvat het tweede deel een collectie essays die reflecteren op het recente onderzoek naar de spirituele aspecten van de psychedelische ervaring vanuit een groot scala van disciplines. Een aantal van de theoretische problemen die het onderzoek naar spirituele ervaringen door psychedelicagebruik met zich meebrengt worden ook aangekaart.

De eerste drie hoofdstukken zijn geschreven door wetenschappers die deel uitmaken van de Johns Hopkins-groep die onderzoek doet naar mystieke ervaringen veroorzaakt door psilocybine. William Richards reflecteert op de problemen met het bestuderen van mystieke ervaringen in een klinische omgeving en hoe entheogenen een optie zijn om deze ervaringen beter te begrijpen. Hij laat zien dat ze onderdeel kunnen zijn van een genezingsprogramma voor patiënten die lijden aan angst voor de (nabije) dood, verslaving, depressie of angsten. Hij gaat ook in op een van de terugkerende thema’s in dit deel: de vraag of de mystieke ervaringen die voortkomen uit het gebruik van psychedelica wel authentiek zijn. Robert Jesse en Roland Griffiths geven een overzicht van het onderzoek dat aan Johns Hopkins is gedaan met meer dan 200 vrijwilligers met verschillende achtergronden. Ze gaan in op de relatie tussen de mystieke ervaring en de langetermijneffecten ervan op persoonlijkheid en de zelfverklaarde spirituele significantie van de ervaring.

Er zijn ook een aantal antropologische essays over het gebruik van psychedelica in moderne religieuze en sjamanistische settings. Joseph Calabrese analyseert het therapeutische gebruik van peyote in de Native American Church, en laat zien hoe bewustzijnsverandering voor de Navajo diep verbonden is met het spirituele en het therapeutische. Dit komt vaker voor bij niet-Westerse culturen. Evgeni Fotiou geeft een overzicht van de redenen waarom mensen naar de Amazone reizen om deel te nemen aan een ayahuascaretraite, en laat zien dat zulke toeristen op zoek zijn naar een diepgaande ervaring en hun reis als een soort bedevaart ervaren. Ze zijn op zoek naar persoonlijke transformatie en genezing en geven blijk van een kijk op spiritualiteit die net als die van de Native American Church zowel door genezing als transformatie wordt gekenmerkt.

Beatriz Labate en Rosa Melo schrijven over de verhouding tussen een georganiseerde ayahuascareligie, de União do Vegetal (UDV), en wetenschappelijk onderzoek. De UDV is actief betrokken bij het onderzoek naar de therapeutische eigenschappen van Hoasca, de term die zij gebruiken voor het drankje. Dit hoofdstuk is een recensie van een boek dat ze hebben gepubliceerd en een reflectie op hun motieven om dat te doen, en het laat zien hoe de wetenschap zowel wordt gevormd door de overtuigingen van de groep en tegelijkertijd die overtuigingen ontwikkelt. De wetenschappelijke inzichten versterken het wereldbeeld van de groep.

Een ouder essay van Walter Pahnke en William Richards, dat werd opgediept en herdrukt uit een tijd toen het gebruik van psychedelica nog niet illegaal was, laat de beloftes zien die deze stoffen ooit inhielden voor de wetenschap en de maatschappij en weerspiegelt daarmee het idealisme dat voortkwam uit de psychedelische wetenschap van de jaren 60. Het anekdotische hoofdstuk dat volgt is een vervlochten persoonlijke geschiedenis van Zalman Schachter-Shalomi en Stanley Krippner. Het laat een interessant beeld zien van het tijdperk en een aantal van haar sleutelfiguren.

Vervolgens lezen we drie hoofdstukken over de echtheid van psychedelisch mysticisme. Roger Walsh stelt dat deze ervaringen authentiek zijn en dat psychedelica, onder sommige omstandigheden en door bepaalde personen, gebruikt kunnen worden om een mystieke staat van bewustzijn te bereiken. Ralph Hood duikt dieper in de wetenschap van het meten van mysticisme en laat zien dat het, met de meest uitgebreide evaluatieschalen die we hebben ontwikkeld, onmogelijk is om psychedelisch mysticisme van andere typen mysticisme te onderscheiden. In een prachtig essay probeert Dan Merkur de mystieke ervaring in kaart te brengen, waarbij hij laat zien dat de ervaring gekleurd wordt door geloofsovertuigingen (‘beliefs’) en over- of bovengeloof (‘overbeliefs’), een bijzonder inzichtelijke term die hij leent van William James. Hij stelt dat dergelijke interpretatie je wegleidt van de kern van de mystieke ervaring en dichter brengt bij de culturele omgeving waarin je handelt.

David Steindl-Rast brengt een soortgelijke stelling. De mystieke kern van religie is volgens hem overal hetzelfde en lokale interpretaties hebben de neiging om religie te verstarren en de beleefde ervaring te herleiden tot dogmatisch moralisme. Volgens hem daagt de mystieke ervaring altijd de religieuze status quo uit wanneer deze in dogmatisme is vervallen.

De volgende vier hoofdstukken kunnen worden gezien als interpretaties van de mystieke ervaring. Christopher Bache vertelt een zeer persoonlijk verhaal over zijn ervaring met dood en wedergeboorte onder de invloed van psychedelica, en heeft het over de inzichten en de groei die door deze ervaringen mogelijk werden gemaakt. Hier wordt vervolgens op voortgegaan door Anthony Bossis, die onderzoek doet naar het gebruik van psilocybine en de mystieke ervaring om existentiële nood te verlichten bij stervende mensen, waarbij hij stelt dat de betekenis die door spiritualiteit wordt verstrekt essentieel is om vrede te hebben met je eigen dood.

In een kort essay geeft Thomas Robert een overzicht van het werk rond de perinatale theorie van Stanislav Grof, die in het volgende hoofdstuk schrijft over de invloed van psychedelica op het gebied van wetenschap en therapie. Dit hoofdstuk staat op een lijn met dat van Steindl-Rast, omdat het laat zien hoe de psychedelische ervaring bepaalde dogmatische delen van de academische wereld door elkaar schudt en nieuwe inzichten kan brengen.

Het voorlaatste hoofdstuk van David Yaden en Andrew Newberg gaat over transcendente ervaringen die zonder psychedelica worden teweeggebracht en over de andere klassieke manieren waarop veranderde bewustzijnsstaten kunnen worden bereikt. Ze concentreren zich op het ontluikende gebied van niet-invasieve hersenstimulatie en laten zien hoe zulke technieken een radicale ommekeer zullen teweegbrengen in de manier waarop we denken over spiritualiteit aan de ene kant en genezing en therapie aan de andere kant.

In het laatste hoofdstuk gaat Robert Fuller dieper in op de argumenten voor en tegen de authenticiteit van chemische verlichting, en stelt dat de argumenten tegen dit idee slechts deels waar zijn. Vervolgens verbindt hij deze discussie aan die rondom de legaliteit van psychedelica en hun spirituele toepassingen. Hij sluit het boek af met een oproep tot spirituele volwassenheid, en laat zien dat we een bepaalde vorm van spiritualiteit slechts kunnen beoordelen op de manier waarop mensen erdoor veranderen en de mate waarin deze transformatie goed voor hen persoonlijk en voor de samenleving als geheel is.

Al met al biedt dit tweede deel stof tot nadenken. Het toont zowel de mogelijkheden als de grenzen van psychedelische spiritualiteit en zet ons aan om te blijven zoeken naar een beter begrip van zowel de psychedelische ervaring als van bewustzijn in het algemeen. Veel essays benadrukken of gaan er impliciet van uit dat de mystieke ervaring de gemeenschappelijke kern is voor alle religies, wat al vaker is gezegd, maar de literatuur die dit idee bekritiseert is hier opmerkelijk afwezig.

De twee delen geven samen een overzicht van en een reflectie op de verschillende manieren waarop psychoactieve stoffen werden en worden gebruikt binnen een spirituele en religieuze context. Het is de meest uitvoerige academische publicatie over dit onderwerp tot nu toe en zal de komende jaren veel invloed hebben op de discussies erover.

Seeking the Sacred with Psychoactive Substances (Volume 1)

Ellens_fullSeeking the Sacred with Psychoactive Substances: Chemical Paths to Spirituality and to God, Volume 1: History and Practices, geredigeerd door J. Harold Ellens, Praeger, 2014.

Dit is het eerste deel van een tweedelige recensie van deze publicatie in de Psychology, Religion and Spirituality Series uitgegeven door Praeger.

Het idee dat psychoactieve stoffen een significante rol spelen in veel historische en hedendaagse religieuze praktijken is niet radicaal nieuw, maar dat het gebruik ervan zo wijdverspreid is dat ze praktisch overal waar je durft te kijken aanwezig zijn kan misschien een verrassing zijn voor veel lezers van dit boek. Het eerste deel van deze briljante collectie essays, geschreven door een grote verscheidenheid aan auteurs, is gewijd aan de geschiedenis en praktijken inzake het gebruik van psychoactieve stoffen binnen religieuze context.

Het eerste deel begint met een essay van de vooraanstaande geleerde Thomas Roberts, waarin hij drie ideeën aanvoert: 1) dat in het huidige tijdperk religie aan het veranderen is, van het propageren van het woord via het heilige boek naar steeds meer gedemocratiseerde en persoonlijke sacrale ervaringen die worden gecultiveerd binnen de levens van individuen; 2) dat de gemeenschappelijke kern van alle religies mysticisme is, of met andere woorden: het idee van een eeuwige filosofie; en 3) dat psychedelica mystieke ervaringen kunnen veroorzaken. Als we deze argumentatielijn volgen zijn de andere essays in dit boek of een illustratie of een uitleg bij deze principes.

Ter uitleg van het laatste idee zijn er twee essays van Michael Winkelman die gedetailleerd uitleggen hoe sjamanistisch bewustzijn een sleutelrol speelde in de evolutie van de mens. Winkelman stelt dat veranderde bewustzijnstoestanden door het evolutionaire proces zijn geselecteerd omdat ze het mogelijk maakten om een band te scheppen binnen groepen van vroege mensachtigen, waardoor ze een weerbaarder geheel vormden. Hij vindt neurologische correlaten van alle belangrijke onderdelen van de psychedelische ervaring binnen de evolutionaire ontwikkeling van het menselijke brein, die teruggaan tot ver voordat mensen zich afscheidden van andere soorten, maar die enkel bij de mens hoogontwikkeld zijn. Deze essays laten zien dat mensen gedoodverfd waren om deze ervaringen te hebben, en gevoelig zijn gemaakt voor een groot scala aan stoffen ter bevordering van hun voortbestaan.

De historische voorbeelden reiken tot ver in de oudheid en zelfs de prehistorie, en laten zien dat verschillende heilige stoffen vanaf een heel vroeg stadium in de geschiedenis deel uitmaakten van belangrijke culturen overal ter wereld. De verspreiding van cannabis doorheen Europa en Azië, bijvoorbeeld, die bijna over het gehele Euraziatische continent reikte in een tijdperk waarin men voorheen dacht dat culturele uitwisseling beperkt was, is opvallend (essay van Chris Bennett). Vergelijkbaar is het gebruik van psychoactieve stoffen binnen Griekse en Romeinse sekten. Dit gaat verder dan de grootschalige rituelen in Eleusis, en draagt bij tot het idee dat psychoactieve stoffen de basistoon gaven die door heel het religieuze leven binnen de wortels van de Westerse cultuur weergalmde (essays van Carl P. Ruck en David Hillman). Er worden zelfs argumenten aangevoerd die wijzen op het gebruik van psychedelica binnen sommige middeleeuwse Rooms-katholieke sektes, wat laat zien dat zelfs de georganiseerde religies, wiens geschiedenis we nu beschouwen als vrij van drugsgebruik, er op een bepaald punt toch door werden beïnvloed (essay van Dan Merkur).

In hedendaagse tijden speelden psychedelica natuurlijk een grote rol binnen de spiritualiteit van de hippies, waaraan een tweedelige chronologie is gewijd. Ook hebben ze invloed gehad op de verspreiding van het Boeddhisme en andere Oosterse spiritualiteiten in het Westen. De eerste wordt bediscussieerd in twee van de meest interessante essays van het boek. Schrijver Dan Merkur weet een goede balans te houden tussen het plichtmatig beschrijven van het fenomeen en het behouden van een kritische instelling. Het essay over het tweede onderwerp is een transcriptie van een discussie tussen James Fadiman en de Boeddhistische geleerde Kokyo Henkel, wat een mooie manier is om het onderwerp op een levendige manier te benaderen. Hun gesprek laat het belang van psychedelica zien voor de groei van het Boeddhisme in de VS, wat een van de vele voorbeelden is van hoe de psychedelische ervaring mensen inspireert om hun eigen spirituele praktijken te ontwikkelen.

Twee van de hoofdstukken vallen op omdat ze beschrijvingen zijn van persoonlijke ervaringen en daarmee een voorbeeld geven van hoe psychoactieve stoffen gebruikt kunnen worden binnen moderne postseculiere religieuze rituelen (de essays van Julian Vayne en Clark Heinrich). Ook al zijn deze misschien niet het meest interessant, ze illustreren wel de manier waarop rituelen kunnen worden bedacht rondom het gebruik van psychedelica om een spirituele ervaring teweeg te brengen.

De laatste twee hoofdstukken, van respectievelijk de benedictijner monnik David Steindl-Rast en hoogleraar godsdienstpsychologie Ralph W. Hood, zijn iets meer reflectief. Steindl-Rast stelt dat psychedelica een authentieke manier zijn om een spirituele ervaring te verkrijgen en dat we niemand zouden moeten beletten om deze weg op gewetensvolle wijze te betreden. Hood stelt dat het onderzoek naar de spirituele aspecten van de psychedelische ervaring methodologisch voorzichtig moet zijn, en hij laat zien dat het isoleren van de spirituele ervaring van haar omringende rituelen en gemeenschap de resultaten kan verdraaien. Beiden stellen voor dat het gebruik van en het onderzoek naar psychoactieve stoffen worden ingebed in spirituele gemeenschappen, gebonden door rituelen en wederzijdse compassie.

De brede waaier aan essays in dit eerste deel dwingt je ertoe om het lang gekoesterde geloof dat psychedelica slechts ‘een rol speelden’ in de geschiedenis van religie te heroverwegen. In plaats daarvan stellen ze dat deze rol omvangrijk, en misschien zelfs doorslaggevend is geweest in de vorming van het menselijke spirituele vermogen. Met de evidente uitzondering van de twee hoofdstukken over persoonlijke ervaringen zijn alle essays goed gedocumenteerd en voorzien van een overvloed aan referenties voor diegenen die dubbel willen checken of de auteurs de beschikbare bronnen niet overinterpreteren. Dit deel bevat een rijke hoeveelheid aan ideeën en kennis voor al wie geïnteresseerd is in de spirituele aspecten van de psychedelische ervaring.

Koop dit boek op bookdepository.com en steun Stichting OPEN

[Boekrecensie] Seeking the Sacred with Psychoactive Substances (Volume 1)

Ellens_fullSeeking the Sacred with Psychoactive Substances: Chemical Paths to Spirituality and to God, Volume 1: History and Practices, geredigeerd door J. Harold Ellens, Praeger, 2014.

Dit is het eerste deel van een tweedelige recensie van deze publicatie in de Psychology, Religion and Spirituality Series uitgegeven door Praeger.

Het idee dat psychoactieve stoffen een significante rol spelen in veel historische en hedendaagse religieuze praktijken is niet radicaal nieuw, maar dat het gebruik ervan zo wijdverspreid is dat ze praktisch overal waar je durft te kijken aanwezig zijn kan misschien een verrassing zijn voor veel lezers van dit boek. Het eerste deel van deze briljante collectie essays, geschreven door een grote verscheidenheid aan auteurs, is gewijd aan de geschiedenis en praktijken inzake het gebruik van psychoactieve stoffen binnen religieuze context.

Het eerste deel begint met een essay van de vooraanstaande geleerde Thomas Roberts, waarin hij drie ideeën aanvoert: 1) dat in het huidige tijdperk religie aan het veranderen is, van het propageren van het woord via het heilige boek naar steeds meer gedemocratiseerde en persoonlijke sacrale ervaringen die worden gecultiveerd binnen de levens van individuen; 2) dat de gemeenschappelijke kern van alle religies mysticisme is, of met andere woorden: het idee van een eeuwige filosofie; en 3) dat psychedelica mystieke ervaringen kunnen veroorzaken. Als we deze argumentatielijn volgen zijn de andere essays in dit boek of een illustratie of een uitleg bij deze principes.

Ter uitleg van het laatste idee zijn er twee essays van Michael Winkelman die gedetailleerd uitleggen hoe sjamanistisch bewustzijn een sleutelrol speelde in de evolutie van de mens. Winkelman stelt dat veranderde bewustzijnstoestanden door het evolutionaire proces zijn geselecteerd omdat ze het mogelijk maakten om een band te scheppen binnen groepen van vroege mensachtigen, waardoor ze een weerbaarder geheel vormden. Hij vindt neurologische correlaten van alle belangrijke onderdelen van de psychedelische ervaring binnen de evolutionaire ontwikkeling van het menselijke brein, die teruggaan tot ver voordat mensen zich afscheidden van andere soorten, maar die enkel bij de mens hoogontwikkeld zijn. Deze essays laten zien dat mensen gedoodverfd waren om deze ervaringen te hebben, en gevoelig zijn gemaakt voor een groot scala aan stoffen ter bevordering van hun voortbestaan.

De historische voorbeelden reiken tot ver in de oudheid en zelfs de prehistorie, en laten zien dat verschillende heilige stoffen vanaf een heel vroeg stadium in de geschiedenis deel uitmaakten van belangrijke culturen overal ter wereld. De verspreiding van cannabis doorheen Europa en Azië, bijvoorbeeld, die bijna over het gehele Euraziatische continent reikte in een tijdperk waarin men voorheen dacht dat culturele uitwisseling beperkt was, is opvallend (essay van Chris Bennett). Vergelijkbaar is het gebruik van psychoactieve stoffen binnen Griekse en Romeinse sekten. Dit gaat verder dan de grootschalige rituelen in Eleusis, en draagt bij tot het idee dat psychoactieve stoffen de basistoon gaven die door heel het religieuze leven binnen de wortels van de Westerse cultuur weergalmde (essays van Carl P. Ruck en David Hillman). Er worden zelfs argumenten aangevoerd die wijzen op het gebruik van psychedelica binnen sommige middeleeuwse Rooms-katholieke sektes, wat laat zien dat zelfs de georganiseerde religies, wiens geschiedenis we nu beschouwen als vrij van drugsgebruik, er op een bepaald punt toch door werden beïnvloed (essay van Dan Merkur).

In hedendaagse tijden speelden psychedelica natuurlijk een grote rol binnen de spiritualiteit van de hippies, waaraan een tweedelige chronologie is gewijd. Ook hebben ze invloed gehad op de verspreiding van het Boeddhisme en andere Oosterse spiritualiteiten in het Westen. De eerste wordt bediscussieerd in twee van de meest interessante essays van het boek. Schrijver Dan Merkur weet een goede balans te houden tussen het plichtmatig beschrijven van het fenomeen en het behouden van een kritische instelling. Het essay over het tweede onderwerp is een transcriptie van een discussie tussen James Fadiman en de Boeddhistische geleerde Kokyo Henkel, wat een mooie manier is om het onderwerp op een levendige manier te benaderen. Hun gesprek laat het belang van psychedelica zien voor de groei van het Boeddhisme in de VS, wat een van de vele voorbeelden is van hoe de psychedelische ervaring mensen inspireert om hun eigen spirituele praktijken te ontwikkelen.

Twee van de hoofdstukken vallen op omdat ze beschrijvingen zijn van persoonlijke ervaringen en daarmee een voorbeeld geven van hoe psychoactieve stoffen gebruikt kunnen worden binnen moderne postseculiere religieuze rituelen (de essays van Julian Vayne en Clark Heinrich). Ook al zijn deze misschien niet het meest interessant, ze illustreren wel de manier waarop rituelen kunnen worden bedacht rondom het gebruik van psychedelica om een spirituele ervaring teweeg te brengen.

De laatste twee hoofdstukken, van respectievelijk de benedictijner monnik David Steindl-Rast en hoogleraar godsdienstpsychologie Ralph W. Hood, zijn iets meer reflectief. Steindl-Rast stelt dat psychedelica een authentieke manier zijn om een spirituele ervaring te verkrijgen en dat we niemand zouden moeten beletten om deze weg op gewetensvolle wijze te betreden. Hood stelt dat het onderzoek naar de spirituele aspecten van de psychedelische ervaring methodologisch voorzichtig moet zijn, en hij laat zien dat het isoleren van de spirituele ervaring van haar omringende rituelen en gemeenschap de resultaten kan verdraaien. Beiden stellen voor dat het gebruik van en het onderzoek naar psychoactieve stoffen worden ingebed in spirituele gemeenschappen, gebonden door rituelen en wederzijdse compassie.

De brede waaier aan essays in dit eerste deel dwingt je ertoe om het lang gekoesterde geloof dat psychedelica slechts ‘een rol speelden’ in de geschiedenis van religie te heroverwegen. In plaats daarvan stellen ze dat deze rol omvangrijk, en misschien zelfs doorslaggevend is geweest in de vorming van het menselijke spirituele vermogen. Met de evidente uitzondering van de twee hoofdstukken over persoonlijke ervaringen zijn alle essays goed gedocumenteerd en voorzien van een overvloed aan referenties voor diegenen die dubbel willen checken of de auteurs de beschikbare bronnen niet overinterpreteren. Dit deel bevat een rijke hoeveelheid aan ideeën en kennis voor al wie geïnteresseerd is in de spirituele aspecten van de psychedelische ervaring.

Koop dit boek op bookdepository.com en steun Stichting OPEN