Op 8 mei 2026 deed het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam uitspraak in een belangwekkende zaak, waarin de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een klacht had ingediend tegen een klinisch psycholoog (KP). Deze werd voorwaardelijk geschorst vanwege het begeleiden van een patiënt die voorafgaand aan therapiesessies psilocybine-bevattende truffels had gebruikt. De patiënte in kwestie was zelf tevreden en had geen aantoonbare schade geleden.
Deze uitspraak brengt spanningen aan het licht die al jaren spelen. Hoewel goedkeuring van de eerste psychedelische medicijnen in de VS telkens dichterbij komt – zowel de farmaceuten Resilient Pharmaceuticals (voorheen Lykos) als Compass Pathways hebben twee fase-3 studies afgerond – blijft het de vraag wanneer Europa aan de beurt is. Om toch tegemoet te kunnen komen aan de groeiende behoefte aan deze nieuwe behandelvorm hebben zowel Duitsland als Tsjechië in het afgelopen jaar therapeutisch gebruik van psilocybine voor hardnekkige depressie, in beperkte mate en onder strikte medische voorwaarden, goedgekeurd. In Zwitserland kunnen lsd, mdma en psilocybin al langere tijd onder een ‘limited medical use’-model voorgeschreven worden. In Nederland ligt dit anders: met uitzondering van esketamine zijn dergelijke behandelingen nog niet mogelijk binnen de ggz. Daarentegen zijn psilocybine-bevattende truffels legaal verkrijgbaar en worden begeleide sessies door allerlei soorten aanbieders aangeboden. Vaak zonder opleiding, soms expliciet gericht op mensen met psychische klachten.
Deze ontwikkelingen vinden bovendien plaats in een GGZ die onder enorme druk staat: lange wachtlijsten, wanhopige patiënten, die daarnaast vaak onvoldoende baat hebben bij de huidige behandelmogelijkheden in de psychiatrie. Ook zorgprofessionals bemerken dat ze soms niet verder komen en dat behandelingen vastlopen. Die lacune heeft gevolgen: niet alleen voor patiënten die uitwijken naar het grijze circuit, maar ook voor behandelaars die te goeder trouw handelen. Het is in deze bredere context dat de schorsing van de hierboven genoemde KP begrepen mag worden.
De uitspraak van het tuchtcollege
De IGJ zocht via deze casus antwoord op vragen die al langere tijd leven onder experts:
- Mag een BIG-geregistreerde zorgverlener, zoals een klinisch psycholoog of een psychiater, daarnaast als coach werken met psilocybine-bevattende truffels?
- Mag iemand als KP, psychiater of GZ-psycholoog patiënten behandelen met psilocybine (bevattende truffels)?
Het tuchtcollege geeft op beide vragen een duidelijk antwoord. In de huidige situatie, zonder erkende richtlijnen of behandelprotocollen, is het inzetten van truffels binnen een reguliere GGZ-behandeling in strijd met de professionele standaard, aldus de uitspraak. Ook buiten een formele behandelrelatie geldt: wie als BIG-geregistreerde professional een psilocybine-ervaring aanbiedt of faciliteert, en daarbij — expliciet of impliciet — voortbouwt op de eigen klinische expertise en registratie, valt onder het tuchtrechtelijke bereik. Dat men een retraite, ervaring of traject aanbiedt als coach doet daar volgens het college niet aan af. Een belangrijk detail: de legaliteit van psilocybinehoudende truffels biedt BIG-geregistreerde professionals geen vrijbrief — het tuchtcollege toetst niet de juridische status van de stof, maar het professionele handelen van de zorgverlener.
De casus als illustratie
De casus betrof een klinisch psycholoog, die al jaren een behandelrelatie had met een patiënte met complexe traumaklachten en een dissociatieve identiteitsstoornis. De patiënte nam tweemaal op eigen initiatief thuis truffelthee in voorafgaand aan therapiesessies. De KP stemde daarmee in en liet de sessies doorgaan. Bij een derde sessie, waarbij de patiënte een hogere dosis wilde innemen, volgde de KP een korte cursus ter voorbereiding — zonder toestemming van haar manager. De dag na deze sessie ontstond een crisissituatie waarbij de KP, zonder collega’s te informeren, op huisbezoek ging vanwege suïcidaliteit. Later bood zij als coach eenmalig een truffelretreat aan, die zij op LinkedIn aanprees.
Het tuchtcollege oordeelde dat de KP, door in te stemmen met het truffelgebruik en de sessies bewust door te laten gaan, de volledige professionele verantwoordelijkheid droeg; ongeacht dat het initiatief bij de patiënte lag. Dat oordeelde tevens dat deze interventie onvoldoende zorgvuldig was afgewogen, mede omdat er geen wetenschappelijke evidentie bestaat voor het gebruik van psilocybine bij traumagerelateerde klachten en DIS, noch in richtlijnen is opgenomen. Aanvullende verwijten betroffen het ontbreken van collegiaal overleg, gebrekkige dossiervoering, en de retreat waarbij de KP haar klinische expertise inzette onder de vlag van coaching.
Wat deze casus illustreert is niet in de eerste plaats het falen van één behandelaar, maar de structurele context waarin zij opereerde: geen richtlijnen, geen behandelprotocol, geen juridisch kader waarbinnen transparante afstemming met collega’s mogelijk was. Dat maakt de individuele verwijten begrijpelijk, maar lost het onderliggende probleem niet op.
De afwezigheid van richtlijnen
Een van de meest wezenlijke punten in de uitspraak is hoe het tuchtcollege omgaat met het ontbreken van officiële protocollen. De verdediging voerde aan dat zonder norm geen normoverschrijding mogelijk is. Het tuchtcollege denkt daar anders over: juist het ontbreken van een erkend kader maakt dat toepassing buiten wetenschappelijk onderzoek niet aan de professionele standaard voldoet. Zolang veiligheid, werkzaamheid en langetermijneffecten nog worden onderzocht, bestaat er geen valide grond voor klinische toepassing buiten onderzoeksverband. Dit is een juridisch en tuchtrechtelijk helder standpunt.
Het lost de onderliggende vraag naar psychedelica-geassisteerde behandeling echter niet op, en het gebrek aan duidelijke juridische, ethische, en professionele kaders evenmin. De vraag is dan niet óf aan die behoefte wordt voldaan, maar door wie en onder welke voorwaarden.
Voorbereiding en verantwoordelijkheid
De KP volgde een cursus van een week ter voorbereiding op de derde sessie. De cursus was niet geaccrediteerd in Nederland. Het tuchtcollege beschouwde dit niet als een stap in de goede richting, maar als illustratie van hoe de KP haar eigen oordeel plaatste boven de geldende standaard.
Los van de accreditatievraag is het onwaarschijnlijk dat een cursus van een week iemand in staat stelt om verantwoord met psychedelica en veranderde bewustzijnstoestanden te werken. ADEPT, de door OPEN georganiseerde training, duurt twee jaar en omvat naast kennis van farmacologische en neurobiologische werkingsmechanismen, somatische en psychiatrische screening, en potentiële medicatie-interacties, ook veel aandacht voor therapeutische indicatiestelling, en herhaalde training in specifieke vaardigheden voor de begeleiding van non-ordinaire bewustzijnstoestanden. Dit wordt gecombineerd met ethische competenties rond grensbewaking en (tegen)overdracht, begeleide zelfervaring als leertherapie, en praktijkervaring onder supervisie van ervaren clinici. Het is onze visie dat bekwaamheid niet ontstaat door kennisoverdracht alleen; het vereist herhaling, reflectie en supervisie over langere tijd, des te meer bij kwetsbare doelgroepen.
De beroepsgroep staat voor de taak deze eisen te vertalen naar een best practice, met effectieve therapeutische vaardigheden, competentiestandaarden, vóórdat bredere implementatie in de GGZ plaatsvindt (zie voor meer details ook het Memorandum Psychedelica in de Psychiatrie). Er bestaan inmiddels meerdere opleidingen specifiek voor ggz-professionals, waaronder de SÄPT in Zwitserland, APT in Duitsland en ADEPT in Nederland. Serieuze opleidingsprogramma’s nemen daarbij ook de juridische dimensie expliciet op. Zo worden deelnemers aan ADEPT voorafgaand aan de opleiding uitvoerig voorgelicht over de geldende juridische kaders, en onderschrijven zij dat zij de opgedane kennis en vaardigheden uitsluitend binnen legale kaders zullen toepassen.
Kwalitatieve scholing is echter noodzakelijk maar niet voldoende. Zolang het juridische en zorginhoudelijke kader ontbreekt, blijven ook goed opgeleide behandelaars opereren in een grijs gebied.
Een systemisch vraagstuk
Wat deze uitspraak ook blootlegt is een asymmetrie die wringt: enerzijds wordt een gekwalificeerde KP tuchtrechtelijk bestraft voor handelen dat zij vanuit inhoudelijke betrokkenheid en met enige voorbereiding ondernam; anderszijds richten verschillende coaches, tripsitters en pseudo-therapeuten zich soms ook op mensen met psychische klachten. Niet omdat hun handelen minder risico’s met zich meebrengt, maar simpelweg omdat zij niet BIG-geregistreerd zijn.
Een zorgverlener die handelde vanuit betrokkenheid, die haar patiënte jarenlang kende en scholing zocht, is tuchtrechtelijk veroordeeld. De patiënte had geen klacht ingediend. Er is geen aantoonbare schade. Dat het handelen in strijd was met de professionele standaard laat tegelijkertijd zien dat de aantrekkingskracht van psychedelica-geassisteerde therapie reëel is en dat zowel patiënten als behandelaars actief op zoek zijn naar betere behandelingen (zie bijvoorbeeld ZonMw Signalement – Therapeutische Toepassingen van Psychedelica).
Wij vinden dat deze situatie vraagt om regulering: behandelprotocollen, richtlijnen, veiligheids kaders en geaccrediteerde opleidingen. Nieuwsgierigheid en scholing zijn waardevol: het veld heeft mensen nodig die de wetenschappelijke ontwikkelingen volgen, de ethische complexiteit doorgronden en voorbereid zijn op de rol die zij in de toekomst kunnen spelen. Maar voorbereiding alleen volstaat niet zolang het kader ontbreekt.
Zonder duidelijke kaders belanden kwetsbare patiënten soms bij ongekwalificeerde aanbieders in het grijze circuit, en lopen BIG-geregistreerde behandelaren tuchtrechtelijke risico’s – soms zonder dat zij het zelf doorhebben. Dit vraagt om besluitvaardigheid van beleidsmakers, beroepsverenigingen en registratieautoriteiten. Voor psychedelica waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan voor veiligheid en effectiviteit verdient geconditioneerde toelating serieuze overweging: gekoppeld aan systematische dataverzameling over veiligheid, werking en bijwerkingen, bijvoorbeeld via een naturalistische studie, zoals de Staatscommissie MDMA adviseerde.
De vraag is niet of we onze ogen kunnen sluiten voor deze werkelijkheid. De vraag is of we bereid zijn haar serieus te nemen.
Joost Breeksema, Daan Keiman, Renske Blom, Michiel van Elk en Wim van den Brink. Voor meer informatie over OPEN, zie open-foundation.org. Voor de ADEPT-opleiding, zie learnwithadept.com.



